In 2026 gaat 8,15 miljoen euro uit de rijksbegroting naar lokale partijbesturen, maar niet rechtstreeks. Het geld loopt via het gemeentefonds, waar gemeenten als loket bepalen welke lokale en landelijke partijen een deel krijgen.
In vogelvlucht
- In 2026 gaat 8,15 miljoen euro rijksgeld naar lokale partijbesturen, maar geen euro komt direct bij hen aan.
- Het geld verdwijnt eerst in het gemeentefonds, waarna gemeenten zelf bepalen welke partijen hoeveel krijgen.
- Lokale partijbesturen zijn financieel afhankelijk van gemeentelijke keuzes, terwijl het geld formeel uit Den Haag komt.
Omweg via het gemeentefonds
In 2026 gaat er 8,15 miljoen euro uit de begroting van Binnenlandse Zaken naar de lokale politiek. Dat geld gaat niet rechtstreeks naar de partijen.
Het loopt eerst via gemeenten. Het ministerie van BZK laat de uitkering lopen via het gemeentefonds als decentralisatieuitkering.
Gemeenten worden zo de schakel tussen rijksbegroting en politieke partijen. Zij krijgen het bedrag centraal uitgekeerd.
Gemeenten als loket voor subsidie
Lokale partijen en lokale afdelingen van landelijke partijen kunnen straks allemaal meedoen. Zij moeten bij hun eigen gemeente subsidie aanvragen.
Gemeenten krijgen het geld centraal en verdelen het daarna zelf. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kunnen zij het bedrag verstrekken aan partijen die een aanvraag indienen.
Tussen landelijke wet en lokale praktijk
De regeling is gekoppeld aan de nieuwe Wet op de politieke partijen. Die wet komt er nog aan.
Vooruitlopend daarop wordt de uitvoering tijdelijk bij gemeenten neergelegd. Daarmee ligt de controle op dit deel van de politieke financiering niet direct bij de rijksoverheid.
Eerst moet de geldstroom langs tientallen lokale loketten. Zo verschuift de uitvoeringsmacht naar het lokale niveau.
Transparantie en modelverordening
Voor de subsidies gelden transparantieregels die moeten aansluiten op de eisen uit de toekomstige wet. Het idee is dat lokale en landelijke partijen met dezelfde soort regels te maken krijgen.
De VNG benadrukt dat die regels belangrijk zijn voor het vertrouwen in de besteding van het geld. Hoe streng gemeenten hierop gaan letten, hangt af van hun eigen uitvoering.
Gemeenten hoeven de regels niet zelf te verzinnen. Zij kunnen een modelverordening van de VNG gebruiken om vast te leggen wie wat krijgt en onder welke voorwaarden.
Zo ontstaat één landelijke kapstok met lokale varianten eronder. Op papier zijn de regels daarmee overal gelijk.
In de praktijk kan de uitwerking verschillen per gemeente. Lokale keuzes bepalen dan de feitelijke verdeling.
Wie betaalt en wie profiteert
De 8,15 miljoen euro komt uit landelijke belastinginkomsten. Het geld landt uiteindelijk bij lokale partijbesturen.
Ook lokale afdelingen van goed georganiseerde landelijke partijen kunnen zo extra geld ophalen. De verdeling hangt af van aanvragen.
Die verdeling hangt dus niet af van hoeveel belasting er in een gemeente wordt opgebracht. Belastingbetalers betalen samen de rekening.
De voordelen vallen lokaal en per partij uiteen. Dat maakt de gemeentelijke keuzes financieel extra gevoelig.








