Een ambtenaar uit Doetinchem vertrekt met 190.207 euro, terwijl in Nijmegen complete groepen samen ruim 2 miljoen meekrijgen. In de regio loopt de teller op tot minstens 9 miljoen, geld dat niet naar wegen, zorg of jeugdhulp gaat, maar naar het afscheid van mensen die al op de loonlijst stonden.
In vogelvlucht
- Minstens 9 miljoen euro in de regio gaat niet naar wegen, zorg of jeugdhulp, maar naar vertrekregelingen.
- Eén ambtenaar uit Doetinchem krijgt 190.207 euro mee, bovenop het salaris dat al uit de gemeentekas kwam.
- In Nijmegen ontvangen complete groepen samen ruim 2 miljoen euro, geld dat dus niet in dienstverlening aan inwoners belandt.
Dure afscheidstaart voor een ambtenaar
De gemeente Doetinchem betaalde één ambtenaar 190.207 euro als ontslagvergoeding. Dat bedrag komt uit onderzoek van de Gelderlander naar vertrekregelingen bij overheden in de regio.
Die 190.207 euro is publiek geld uit de gemeentekas. Het gaat dus niet om een gouden horloge, maar om een bedrag waar een gemiddeld gezin jaren voor werkt.
Nijmegen tikt door naar ruim 2 miljoen
In Nijmegen ging het niet om één persoon, maar om tientallen ambtenaren. Samen kregen zij ruim 2 miljoen euro mee bij hun vertrek.
Ook dat zijn vergoedingen die volledig uit belastinggeld zijn betaald. De gemeente betaalt, de ambtenaar vertrekt, de rekening blijft gewoon bij de inwoners liggen.
Regio tikt naar minstens 9 miljoen euro
Volgens onderzoek van de Gelderlander betaalden gemeenten en provincies in de regio in vijf jaar minstens 9 miljoen euro aan vertrekvergoedingen voor ambtenaren. Het gaat dus niet om een losse uitglijder, maar om een vaste post op de begroting.
Die 9 miljoen euro is geld dat niet naar wegen, zorg of jeugdhulp is gegaan. Het is besteed aan het laten vertrekken van mensen die al op de loonlijst stonden.
Wat deze bedragen laten zien
De ontslagvergoeding van 190.207 euro in Doetinchem is geen uitzondering, maar een voorbeeld. Nijmegen met ruim 2 miljoen en de regio met minstens 9 miljoen laten zien hoe groot het totaal kan worden.
Elke regeling is op zichzelf misschien te verdedigen, maar samen vormen ze een structurele uitgave. En die wordt uiteindelijk betaald door dezelfde belastingbetaler die ondertussen hoort dat er “geen geld” is voor andere zaken.







