Gemeenten sloten 2024 gezamenlijk af met een positief resultaat van circa 2 miljard euro en zagen hun eigen vermogen oplopen tot ongeveer 43 miljard euro. Tegelijk begroten zij voor 2025 een tekort van zo’n 600 miljoen euro. Terwijl extra miljarden vanuit het Rijk richting gemeenten blijven gaan, blijkt een deel van het geld door uitvoeringsproblemen voorlopig op de plank te blijven liggen.
In vogelvlucht
- Gemeenten realiseerden in 2024 samen een positief exploitatieresultaat van circa 2 miljard euro.
- Het eigen vermogen van gemeenten steeg tot ongeveer 43 miljard euro, terwijl voor 2025 een tekort van circa 600 miljoen euro wordt geraamd.
- Door personeelstekorten en uitvoeringsproblemen blijven investeringen en plannen deels achter bij de begroting.
Rode cijfers met volle spaarpot
Uit de meest recente financiële monitor van het ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat gemeenten 2024 gezamenlijk afsloten met een positief exploitatieresultaat van ongeveer 2 miljard euro. Tegelijk ramen gemeenten voor 2025 een gezamenlijk tekort van circa 600 miljoen euro.
Het eigen vermogen van gemeenten steeg in 2024 verder door naar circa 43 miljard euro. De solvabiliteit daalde daarbij licht, van ongeveer 40 procent in 2023 naar circa 39 procent in 2024. Dat betekent dat gemeenten relatief iets meer schulden hebben ten opzichte van hun balanstotaal, ondanks de groei van hun buffers.
Investeringen en uitvoering bij gemeenten
Gemeenten investeerden in 2024 gezamenlijk voor ongeveer 7,8 miljard euro in vaste activa. Dat is een stijging van circa 5,8 procent ten opzichte van het jaar ervoor.
Die investeringen bleven echter achter bij wat gemeenten zelf hadden begroot. In 2024 realiseerde ongeveer 89 procent van de gemeenten minder investeringen dan gepland. De belangrijkste oorzaak is het tekort aan personeel, waardoor projecten worden uitgesteld of vertraagd.
Daarnaast gaf bijna de helft van de gemeenten aan dat afhankelijkheid van externe partijen, zoals aannemers en andere overheden, een rol speelt bij het niet realiseren van geplande investeringen.
Extra miljarden richting gemeenten
Het kabinet heeft voor 2026 en 2027 circa 3 miljard euro extra beschikbaar gesteld voor gemeenten, met name voor jeugdzorg en het gemeentefonds. Daarnaast is incidenteel 728 miljoen euro toegevoegd om tekorten in de jeugdzorg over 2023 en 2024 op te vangen.
Voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) lopen de jaarlijkse toevoegingen op van 75 miljoen euro tot structureel 300 miljoen euro in 2029. Voor 2030 is daar nog eens 75 miljoen euro aan toegevoegd, waardoor er vanaf dat jaar structureel circa 375 miljoen euro extra beschikbaar is.
Provincies, toezicht en buffers
Ook provincies sloten 2024 af met een positief resultaat. Gezamenlijk noteerden zij een overschot van circa 1,1 miljard euro. Hun solvabiliteit daalde in hetzelfde jaar van ongeveer 73 procent naar circa 70 procent.
Het aantal gemeenten dat onder preventief financieel toezicht van de provincie staat, bleef beperkt. In 2024 ging het om twee gemeenten; in 2025 nog om één gemeente.
Personeelstekorten en uitvoering
Uit de monitor blijkt dat meer dan 32 procent van het gemeentepersoneel binnen tien jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Deze vergrijzing zorgt voor aanhoudende personeelstekorten.
Die tekorten werken direct door in de uitvoering van beleid en investeringen. Daardoor blijven budgetten deels onbenut, terwijl de beleidsopgaven en plannen op papier blijven groeien.
Overlegtafels en balansvraagstukken
De verantwoordelijke minister geeft aan dat kabinet en medeoverheden hierover in gesprek zijn binnen het zogenoemde Overhedenoverleg. Volgens de minister wordt daar gewerkt aan het adresseren van financiële balansvraagstukken tussen Rijk en medeoverheden.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) noemt de financiële positie van gemeenten na de extra middelen momenteel “werkbaar”. Tegelijk waarschuwen gemeenten en provincies dat richting de toekomst blijvende aandacht nodig is om de financiële balans te bewaken.
Bronnen







