In vogelvlucht
- Bijna 2 miljoen euro publiek geld gaat op aan herstel na één zomerstorm in Winterswijk.
- Een deel van de nieuwe bomen wordt geplant op particuliere erven, waarbij de overheid de kosten voor de herbeplanting van het landschap draagt.s.
- De financiering voor de nieuwe aanplant wordt gedekt door publieke middelen, waarmee het herstel van het kenmerkende landschap voorrang krijgt.
Provinciaal geld voor lokale stormschade
De provincie Gelderland trekt 610.000 euro uit voor Winterswijk na een zware zomerstorm. Dat geld is bedoeld om de schade van een valwind op 2 juli 2025 deels te herstellen.
Bij die storm raakten woonhuizen en schuren beschadigd. Ook karakteristiek erfgoed liep schade op.
Meer dan 1.000 bomen waaiden om en houtwallen werden op grote schaal vernield. Ook veel erfbeplanting verdween uit het landschap.
Volgens de provincie voelt Gelderland zich “nauw betrokken bij de ontwikkeling van Winterswijk”. De steun wordt gepresenteerd als investering in landschap en leefomgeving, waar de regio op de lange termijn van profiteert.
Eerst opruimen, dan pas herstellen
De gemeente Winterswijk moest eerst zelf diep in de buidel tasten. In september 2025 stelde de gemeenteraad 1,35 miljoen euro beschikbaar voor opruimwerk en noodherstel.
Dat geld was ook nodig voor het veilig maken van wegen en infrastructuur. Pas daarna komt de provincie in beeld met een bijdrage voor de volgende fase.
Met de provinciale subsidie kan in 2026 worden gestart met de eerste herstelwerkzaamheden. Dan worden 500 grote bomen aangeplant.
Daarnaast wordt 35 hectare natuur en cultuurlandschap hersteld. Het gaat om een duidelijke keuze voor groen herstel van het gebied.
Wie betaalt voor bomen op privégrond?
Voor particuliere eigenaren in het buitengebied regelt de gemeente een eigen pakket. Zij kunnen rekenen op ongeveer 50 bomen voor hun erven.
Daarnaast komt er 5.000 stuks bosplantsoen bij. Samen is dat goed voor ongeveer 5 hectare nieuw groen op particuliere grond.
De grote bedragen komen volledig uit publieke middelen van gemeente en provincie. De rekening ligt dus bij de belastingbetaler.
Een deel van de nieuwe aanplant komt terecht op particuliere erven. De provincie presenteert dit als een brede investering waarvan de hele omgeving op de lange termijn de vruchten plukt.
