Een bouwvergunning voor een eenvoudige woning van drie ton kost gemiddeld ruim 6.300 euro. Maar per gemeente loopt dat uiteen van een paar honderd tot tienduizenden euro. Gemeenten verhogen de tarieven met ruim zes procent en de rekening belandt bij iedereen die een huis wil bouwen of renoveren.
In vogelvlucht
- Vergunning voor een woning van drie ton kost gemiddeld ruim 6.300 euro, maar varieert van 327 tot ruim 43.000 euro.
- Bouwleges voor zo’n woning stijgen in 2025 gemiddeld met iets meer dan zes procent ten opzichte van 2024.
- Steeds duurdere vergunningen duwen nieuwbouw en renovaties verder uit bereik.
Een simpele vergunning met een prijs die alle kanten op schiet
Wie een huis wil bouwen krijgt te maken met grote verschillen in bouwleges. Volgens cijfers van Grote verschillen bouwleges nieuwbouw duurder kost een vergunning voor een vrijstaande woning met 300.000 euro aan bouwkosten gemiddeld ruim 6.300 euro. De spreiding is groot.
In Haarlemmermeer betaal je 327 euro voor hetzelfde type vergunning. In Zeist loopt dit op tot 17.003 euro. Bouw je dezelfde woning in Ede buiten het omgevingsplan, dan kost de vergunning daar zelfs ruim 43.000 euro.
In andere media wordt het beeld bevestigd: zo schrijft Amsterdam vraagt 545 euro Wormerland 21 000 euro kosten voor bouwvergunning verschillen enorm hoe in Amsterdam 545 euro wordt gerekend, terwijl in Wormerland de rekening oploopt tot 21.000 euro.
Cindy Kremer, directeur van Vereniging Eigen Huis, noemt de verschillen ronduit onverklaarbaar: “Hiermee ontstaat een situatie van willekeur, dat is niet uit te leggen.”
Steeds hogere leges zorgen voor duurdere woningen
Gemeenten verhogen de bouwleges gemiddeld met iets meer dan zes procent in 2025. Dat blijkt uit dezelfde steekproef van Vereniging Eigen Huis. Voor een woning van 300.000 euro aan bouwkosten zijn de vergunningskosten zo doorgeschoten naar ruim 6.300 euro gemiddeld.
Kremer zegt daarover: “Als een gemeente vele duizenden euro per woning in rekening brengt voor een bouwvergunning, zorgt die daarmee voor onnodig hogere nieuwbouwprijzen. Terwijl de nadruk juist moet liggen op betaalbare nieuwe woningen.”
De verschillen slaan ook bij renovaties toe. Voor een verbouwing van 80.000 euro betaal je gemiddeld bijna 3.000 euro aan leges. Per gemeente varieert dit van 913 tot 6.355 euro, blijkt uit het onderzoek van Eigen Huis.
Buiten het omgevingsplan wordt het nog duurder
Vergunningen buiten het omgevingsplan zijn een verhaal apart. Voor dezelfde woning van 300.000 euro aan bouwkosten stijgen de kosten daar naar gemiddeld zo’n 10.800 euro. Dit bedrag ligt bijna vijf procent hoger dan een jaar eerder.
Deze stijging duwt nieuwbouw en uitbreidingen verder weg van starters en gezinnen. Een vergunning wordt zo een kostenpost die bovenop stijgende hypotheekrente en bouwkosten komt. Kremer vraagt daarom om landelijke kaders: “Het is aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten om kaders te stellen voor de kostenberekening van de bouwleges. Deze manier van kostenbepaling draagt bij aan het verergeren van de wooncrisis.”
Gemeenten verschillen, maar de rekening is steeds voor de inwoner
De grote verschillen laten zien dat gemeenten hun eigen tarief bepalen zonder duidelijke landelijke lijn. Vereniging Eigen Huis wijst erop dat leges kostendekkend mogen zijn, maar dat onduidelijk is welke kosten gemeenten allemaal meerekenen.
Terwijl de bouwsector snakt naar betaalbare woningen, betalen inwoners voor dezelfde vergunning soms honderd keer zoveel, afhankelijk van waar ze wonen. Dat maakt een huis bouwen niet alleen duur maar ook onvoorspelbaar. Het gevolg is dat de wooncrisis verder oploopt, terwijl de vergunningen die bouwen mogelijk moeten maken zelf een steeds grotere drempel worden.








