In vogelvlucht
- Voor buurthuis De Pit gaat ineens eenmalig circa 40.000 euro om, waar vroeger vooral vrijwilligers genoeg waren.
- Dezelfde oude activiteiten krijgen nu een nieuw label ‘pilot’, inclusief een prijskaartje dat eerder ontbrak.
- Deze proef in De Pit is bedoeld als opstap naar een bredere, duurdere “sociale basis” voor heel Goes.
Een pilot met een nieuw prijskaartje
De gemeente Goes trekt incidenteel zo’n 40.000 euro uit voor buurthuis De Pit. Dat geld hoort bij een pilot die het college op 24 maart 2020 besloot te starten.
Die pilot moet jongeren ondersteunen en het contact met de jeugd vasthouden. Het buurthuis is daarbij het toneel en de subsidie is de inzet.
Erkenning voor bestaand vrijwilligerswerk
De subsidie wordt in de berichtgeving het eerste moment van financiële erkenning genoemd. Het gaat dan om de vrijwillige inzet van beheerder Ronny Menheere en jongerenwerker Mohsen Al-Zarkani.
Menheere is al sinds 1998 betrokken bij De Pit en werd in 2016 beheerder. Al die jaren draaide De Pit grotendeels op zijn inzet en nu komt er voor het eerst serieus geld bij.
De enige Arabisch sprekende jongerenwerker
Al-Zarkani kwam als tiener zelf bij De Pit over de vloer. In 2020 liep hij er stage en groeide hij door tot jongerenwerker.
Volgens Ronny Menheere is hij op dit moment de enige jongerenwerker in Goes die Arabisch spreekt. In een stad met een diverse bevolking is dat detail ineens een gemeentelijke troefkaart.
Sociale basis met subsidie
Wethouder André van der Reest plaatst de subsidie in de bredere inrichting van de sociale basis. Met andere woorden, de gemeente bouwt aan buurthuizen met een stevig prijskaartje eraan en kiest De Pit als voorbeeldproject.
De pilot rond De Pit moet laten zien hoe dat in de praktijk uitpakt. De vraag is vooral hoeveel blijvende zorg er in een incidentele subsidie van 40.000 euro past.
Samenwerking en verhalen achter de problemen
De gemeente Goes wijst ook op de samenwerking rond De Pit. Die tussen welzijnsorganisatie SMWO en Open Door is volgens de gemeente aanzienlijk verbeterd en wordt nu via de pilot direct aan publiek geld gekoppeld.
Jongeren komen voor een plek in de wijk, de organisaties voor structuur en de gemeente voor resultaten. Al-Zarkani zegt over zijn werk als jongerenwerker: “Er komt altijd een verhaal achter.”
Hij doelt daarmee op de gesprekken met jongeren in en rond het buurthuis. Die gesprekken zijn precies waarom Goes nu fors investeert in De Pit, waar de jeugd de verhalen levert, het buurthuis de plek en de belastingbetaler de rekening.
