Voor het eerst tikt de gemeentelijke rekening voor huiseigenaren de grens van 1.000 euro aan, gemiddeld 1.001 euro per jaar. Terwijl Den Haag minder overmaakt, vullen gemeenten de gaten met hogere ozb, riool- en afvalheffingen, waardoor de rekening voor de gemiddelde huizenbezitter gestaag oploopt.
In vogelvlucht
- De gemeentelijke rekening voor huiseigenaren komt dit jaar voor het eerst boven de 1.000 euro uit.
- Gemiddeld betaalt een huizenbezitter nu 1.001 euro per jaar aan gemeentelijke belastingen en heffingen.
- Minder geld uit Den Haag wordt opgevangen met hogere ozb, riool- en afvalheffingen voor huiseigenaren.
Rekening van de gemeente tikt de 1.000 euro aan
Huiseigenaren gaan in 2026 gemiddeld 3,9 procent meer gemeentelijke woonlasten betalen. Daarmee komen de totale gemeentelijke belastingen voor het eerst boven de 1.000 euro uit, op gemiddeld 1.001 euro per jaar.
Die 1.001 euro is een stijging van 3,7 procent ten opzichte van 2025. Het gaat om de optelsom van ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing die elke woningeigenaar jaarlijks aan de gemeente overmaakt.
Minder geld uit Den Haag, meer rekening bij de burger
Volgens heffingsorganisatie SVHW is de stijging in 2026 direct gekoppeld aan Den Haag. Gemeenten krijgen vanaf dat jaar namelijk fors minder geld uit het gemeentefonds, dat nu nog ongeveer 70 procent van hun inkomsten vormt.
Dat gat in de begroting vullen gemeenten deels op met hogere lokale lasten. Huiseigenaren zijn daarmee een gemakkelijke bron om tekorten snel mee op te lossen.
Hogere kosten en stijgende WOZ drukken op de rekening
SVHW noemt nog een tweede oorzaak voor de stijgende gemeentelijke belasting. Onderhoud van voorzieningen, afvalverwerking en andere wettelijke taken wordt duurder en dat vertaalt zich in hogere aanslagen.
Ook jeugdzorg en Wmo drukken zwaar op de begroting van gemeenten. Zonder extra rijksgeld schuiven die kosten automatisch richting de ozb en andere lokale heffingen.
De ozb-belasting is gekoppeld aan de WOZ-waarde van woningen. In 2025 zijn huizen gemiddeld 12 procent hoger gewaardeerd dan een jaar eerder, wat de ozb-opbrengst vanzelf opstuwt.
Wie dus al een hogere WOZ op de mat kreeg, ziet in 2026 daarbovenop hogere tarieven. Zo profiteert de gemeente dubbel van stijgende huizenprijzen, terwijl de bewoner één rekening krijgt.
Lokale uitschieters in Bollenstreek en daarbuiten
In Noordwijk stijgt de gemeentelijke belasting in 2026 met gemiddeld 110,90 euro. Dat komt door een algemene stijging van 59,49 euro en het vervallen van een korting van 51,41 euro uit 2025.
In Hillegom gaat het rustiger, maar nog steeds omhoog. Daar betaalt de gemiddelde inwoner 13 euro extra, vooral door 6 euro hogere afvalstoffenheffing en 7 euro extra rioolheffing.
In Lisse stijgt de gemeentelijke belasting met gemiddeld 27 euro. De belangrijkste boosdoener is hier een verhoging van de ozb-belasting met 23 euro.
In Teylingen komt er gemiddeld 22 euro bij op de aanslag. Vooral de ozb stijgt daar, met 34 euro, terwijl andere posten blijkbaar minder worden opgevoerd.
Recordstijgers en zorgen om huiseigenaren
Landelijk springen een paar gemeenten er extra uit met hun tariefsprongen. In Alphen aan den Rijn stijgen de gemeentelijke belastingen in 2026 met 18 procent.
Ook Voorst en Rozendaal horen bij de recordstijgers. Daar gaan de woonlasten respectievelijk met 15,7 procent en 14,8 procent omhoog.
Belangenorganisaties maken zich zorgen over de snelheid waarmee huiseigenaren worden aangeslagen. Cindy Kremer zegt hierover: “Huiseigenaren mogen niet de sluitpost zijn van gemeentelijke begrotingen.”
Zij roept het nieuwe kabinet op om “voldoende geld beschikbaar te stellen voor gemeenten, zodat zij wettelijke taken zoals bijvoorbeeld jeugdzorg en Wmo goed kunnen uitvoeren zonder verdere OZB-explosie”. Tot die tijd blijft de route helder: minder geld uit Den Haag, meer rekening bij de eigenaar van het huis.








