Zuid-Holland en het ministerie van Economische Zaken stoppen samen 7 miljoen euro in een fonds dat jonge bedrijven moet helpen en zo groeit tot 10 miljoen. Opvallend is dat deze ene “eerste euro” volgens de provincie gemiddeld ruim 13 euro extra privaat geld losmaakt, met het risico volledig aan publieke kant.
In vogelvlucht
- Overheid stopt 7 miljoen euro in een fonds dat uiteindelijk 10 miljoen groot moet worden.
- Voor elke publieke euro verwacht de provincie ruim 13 euro privaat geld, zonder privaat risico.
- Het volledige risico van die extra private miljoenen ligt volledig aan publieke kant.
Publiek geld naar vroege kansjes
De provincie Zuid-Holland legt 3,5 miljoen euro publiek geld op tafel voor nieuwe vroegefasefinanciering. Het ministerie van Economische Zaken doet daar nog eens 3,5 miljoen euro bovenop.
Samen is dat goed voor 10 miljoen euro in een fonds dat vooral jonge bedrijven moet helpen. Dat geld komt terecht bij UNIIQ, een investeringsfonds dat zijn 100e investering viert.
Volgens de provincie richt UNIIQ zich op startups in life sciences, deeptech en hightech in Zuid-Holland. In de communicatie benadrukt de provincie dat het fonds een belangrijke schakel is in het regionale innovatienetwerk.
Eén euro erin, dertien euro erbij
De provincie Zuid-Holland meldt dat elke euro uit UNIIQ gemiddeld meer dan 13 euro aan extra investeringen losmaakt. Dat is vooral privaat geld dat volgens de provincie zonder deze “eerste euro” niet of later was gekomen.
Bedrijven in de UNIIQ-portefeuille hebben samen al meer dan 328 miljoen euro aan vervolgfinanciering opgehaald. De provincie presenteert dat als bewijs dat publiek geld hier vooral bedoeld is om andere investeerders over de streep te trekken.
Volgens de provincie is dit mechanisme essentieel om jonge, risicovolle ondernemingen door hun eerste groeifase te helpen. Daarmee legitimeert het huidige kabinet van Schoof de inzet van belastinggeld als hefboom voor privaat kapitaal via deze constructie.
Banenmachine met belastinggeld
Volgens de provincie heeft UNIIQ in tien jaar tijd ruim 1.500 banen gecreëerd. Het gaat dan om werk bij de startups waarin het fonds investeert, vooral in Zuid-Holland.
Deze banen zijn daarmee indirect betaald met publiek geld van provincie en Rijk. Dat past in de lijn van de overheid die innovatie en economische groei wil stimuleren via risico-investeringen.
De provincie benadrukt dat deze aanpak de regionale economie structureel moet versterken. Tegelijk blijft het onduidelijk hoeveel van deze banen op lange termijn behouden blijven.
Jubileumfonds met 100e startup
UNIIQ viert zijn tienjarig bestaan samen met de 100e investering in Zuid-Holland. Die mijlpaal wordt gebruikt om te laten zien dat het fonds ondertussen een vaste plek heeft gekregen in het regionale startupcircuit.
De nieuwste investering is in BactheraVax, een biotechbedrijf dat werkt aan een vaccin tegen darmkanker. Daarmee kiest het fonds opnieuw voor een bedrijf in de medische hoek, waar ontwikkeltijd lang is en risico’s groot zijn.
Volgens de provincie laat deze investering zien dat UNIIQ bereid is risico’s te nemen in complexe sectoren. De overheid onderstreept zo dat vroege financiering in deze markten zonder publieke steun nauwelijks op gang komt.
Wie betaalt, wie profiteert
De rekening ligt bij de belastingbetaler, via de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Economische Zaken. De mogelijke winst, zoals meer vervolgkapitaal en groei van bedrijven, komt vooral terecht bij de startups en hun investeerders.
Volgens gedeputeerde Meindert Stolk laat UNIIQ na tien jaar zien “hoe belangrijk het is om aan het fundament van sterke ondernemingen te bouwen”. Met andere woorden, de overheid neemt bewust een deel van het risico, in de hoop dat de regio later de vruchten plukt.
In de toelichting benadrukt de provincie dat deze aanpak past in bredere strategieën voor innovatie en werkgelegenheid. Het fonds wordt zo gepresenteerd als een instrument waarmee publiek geld structurele private groei moet ontketenen.
Bronnen








