In vogelvlucht
- De provincie leent 20 miljoen euro uit de publieke kas aan een commercieel pretpark als extra geldschieter.
- Bijna een vijfde van het uitbreidingsplan van Toverland wordt zo niet door banken, maar door de overheid gefinancierd.
- Met renteafspraken en groeiplannen tussen de achtbanen schuift de provincie op richting rol van investeringsbank.
Publieke miljoenen voor een pretpark
De provincie Limburg leent 20 miljoen euro uit aan pretpark Toverland in Sevenum. Dat geld is bedoeld voor een moderne werkplaats en een nieuw kantoorgebouw op het parkterrein.
De totale investering rond Toverland loopt op tot bijna 100 miljoen euro. Volgens de provincie moet de lening het uitbreidingsplan van het attractiepark mogelijk maken.
Wie draagt de kosten?
Toverland legt zelf 18 miljoen euro in voor de plannen. Daarnaast is er al 60 miljoen euro opgehaald bij externe financiers.
De provincie vult het financiële gat met publiek geld via de lening. Zo wordt een commercieel park deels met belastinggeld gefinancierd, naast private investeerders.
Rente als verdienmodel
De provincie vraagt een rente van 6,19 procent over het geleende bedrag. Limburg presenteert dit als een zakelijke lening met een marktconforme vergoeding.
Volgens de provincie is het risico verantwoord door de verwachte groei van het park. De overheid wordt zo tegelijk bank en aandeel in het succes van Toverland, zonder formeel aandeelhouder te zijn.
Politieke steun
In de Provinciale Staten stemde een ruime meerderheid in met de lening. In totaal waren 34 Statenleden voor en 7 tegen het voorstel.
De tegenstemmers zetten vraagtekens bij de inzet van publiek geld voor een pretpark. De meerderheid vindt de mogelijke economische effecten blijkbaar zwaarder wegen dan die kritiek.
Publiek belang tussen achtbanen
Het provinciale geld gaat niet naar attracties, maar naar werkplaats en kantoor. Toch blijft het geld binnen de muren van een commercieel bedrijf dat bezoekerskaartjes verkoopt.
Wie belasting betaalt, helpt op deze manier indirect een privaat park groeien. De vraag wat hier precies het publieke belang is, wordt door de provincie ingevuld met termen als werkgelegenheid en regionale ontwikkeling.
Een lening met bijwerking
De provincie presenteert de afspraak als een investering in de Limburgse economie. Tegelijkertijd versterkt de overheid een enkele onderneming ten opzichte van andere bedrijven zonder provinciale lening.
Voor andere ondernemers zonder toegang tot zo’n provinciale miljoenenlening oogt dit als een scheef speelveld. Een ondernemer uit de regio zou het zo samenvatten: “Blijkbaar is de provincie nu ook achtbaanbank.”
