In vogelvlucht
- Zuid-Holland reserveert vanaf 1 juni € 350.000 voor herstel van kleine monumenten zoals poortjes, pompen en tuinmuren.
- Per aanvraag kan tot € 25.000 uit de provinciekas gaan naar bouwwerken van maximaal 30 vierkante meter.
- De regeling richt zich op heel kleine monumenten, maar het subsidiebedrag per object loopt opvallend stevig op.
Drieënhalve ton voor poortjes en pompen
De provincie Zuid-Holland trekt per 1 juni € 350.000 uit voor kleine monumenten. Dat geld gaat naar restauratie en herstel van onder meer fonteinen, grafstenen, hekwerken, tuinmuren, kiosken, poortjes, stadspompen en standbeelden.
Ook bakhuisjes, karnmolens, historische grafmonumenten en metaarhuisjes vallen onder de regeling. Voorwaarde is dat het gaat om kleine historische bouwwerken bij een rijksmonument, met maximaal 30 vierkante meter vloeroppervlak.
Per object niet te groot, per potje strak begrensd
Een aanvrager krijgt maximaal 50 procent van de gemaakte kosten vergoed. De provincie Zuid-Holland legt daarbij een ondergrens van € 5.000 en een bovengrens van € 25.000 per subsidie vast.
Dat betekent in de praktijk dat de provincie alleen meebetaalt als de restauratie niet te klein is. Ook mag die niet te royaal uit de hand lopen. Voor een tuinmuur of een oud poortje ligt dus publiek geld klaar, zolang de rekening binnen de spelregels past.
Twee maanden loket open
De regeling opent op 1 juni 2026 en sluit op 31 juli 2026. In die twee maanden kunnen aanvragen de deur uit voor herstel van deze kleine rijksmonumenten.
De provincie Zuid-Holland kiest dus voor een vrij kort aanvraagvenster. Wie een hekwerk, kiosk of grafmonument wil opknappen met provinciaal geld, krijgt deze zomer precies twee maanden om op tijd aan te kloppen.
Klein erfgoed, gewoon uit de provinciekas
De regeling draait om kleine onderdelen van erfgoed die vaak naast de grote monumenten staan. Geen kasteelvleugel of kerktoren dus, maar juist het poortje ernaast, de pomp op het plein of het bakhuisje op het erf.
Precies daar zit ook de opmerkelijke kant. Voor bouwwerken tot 30 vierkante meter opent Zuid-Holland een aparte subsidiekraan, met publiek geld als smeerolie voor herstel dat anders vermoedelijk op het bord van eigenaren blijft liggen.

