In Bodegraven-Reeuwijk liep de rekening voor ligplaatsen en groen langs het water in vier jaar op tot meer dan een ton, terwijl het liggeld zelf bijna werd verdubbeld. Tegelijk bleken kosten voor openbaar groen, een boothelling en zelfs btw handig te worden neergelegd bij een kleine groep gebruikers.
In vogelvlucht
- In vier jaar liep de rekening voor ligplaatsen en groen langs het water op tot ruim een ton.
- Terwijl het liggeld bijna verdubbelde, schoof de gemeente extra kosten handig door naar een kleine groep gebruikers.
- Zelfs kosten voor openbaar groen, een boothelling en btw belandden niet op de algemene begroting maar bij deze groep.
Rekening voor de kade
In Bodegraven-Reeuwijk liep het budget voor liggelden op van 65.000 euro in 2021 naar 85.000 euro in 2024. In 2025 komt daar nog eens 10.000 euro bovenop, speciaal voor groenonderhoud.
In dezelfde periode werd het liggeld bijna verdubbeld, met in 2024 een stijging van meer dan 50 procent. In 2025 gaat er nog 7,9 procent bovenop, officieel om kosten te dekken.
BTW die eerst moet, dan toch niet
Bij de verhoging van de liggelden werd ook ineens 21 procent btw gerekend. Die toeslag bleek achteraf onterecht en mocht helemaal niet worden doorberekend.
Bootbezitters kregen te horen dat de gemeente het vergeten was af te dragen aan de Belastingdienst. Of, zoals betrokkene Fred Baars zegt: “De gemeente had een verhaal dat ze het vergeten waren af te dragen aan de Belastingdienst, maar daar hoefde ik toch niet voor op te draaien?”
Publieke berm, private rekening
De gemeente rekende 50.000 euro aan groenonderhoud door aan ligplaatsgebruikers, terwijl de bermen gewoon openbaar zijn. Volgens een verklaring in het dossier geldt: “Omdat de berm nog steeds toegankelijk is voor iedereen, hoort die bij de openbare weg. Onderhoud daarvan is een publieke taak van de gemeente en mag niet doorberekend worden aan specifieke gebruikers.”
Toch hield de gemeente vol dat de kosten voor bermen bij ligplaatsen anders zijn dan bij openbare wegen. Daarmee werd onderhoud van een publieke strook feitelijk neergelegd bij een kleine groep gebruikers.
Boothelling op rekening van ligplaatshouders
Naar schatting moesten bootbezitters samen ook 35.000 euro betalen voor de bouw van een boothelling. De gemeente rekende deze investering rechtstreeks door aan de ligplaatsgebruikers.
Diezelfde ligplaatsgebruikers zagen hun jaarlijkse rekening dus oplopen door zowel onderhoud als nieuwe voorzieningen. De kosten voor wat publieke infrastructuur lijkt, kwamen daarmee vooral terecht bij een beperkte groep belastingbetalers.
Rechter zet streep door doorberekeningen
Watersportverenigingen stapten naar de rechter omdat de gemeente publieke taken als kostenpost bij hen neerlegde. “Er is geen juridische grondslag voor de kosten die ze op ons verhalen,” zegt Fred Baars daarover.
De rechter gaf de verenigingen gelijk en de gemeente moest de onterechte kosten terugdraaien. Voor 2025 worden er daarom geen kosten meer in rekening gebracht bij de watersportverenigingen, melden lokale media in hun berichtgeving over deze zaak en in een verslag van de teruggedraaide kosten.








