Voor de renovatie van één provinciekantoor zet Utrecht 101 miljoen euro opzij, officieel om het gebouw groener en moderner te maken. Terwijl ambtenaren straks in een comfortabeler kantoor zitten, blijft voor inwoners vooral de vraag hangen waarom hun bijdrage zo veel hoger is dan bij welke verbouwing thuis dan ook.
In vogelvlucht
- Utrecht reserveert 101 miljoen euro belastinggeld voor de verbouwing van één provinciekantoor.
- Officieel gaat het om een ‘groener en moderner’ gebouw, waarvoor geen concreet financieel rendement wordt genoemd.
- Inwoners betalen mee aan een renovatie die vele malen duurder uitvalt dan een gemiddelde huisverbouwing.
Een peperduur en duurzamer provinciehuis
De provincie Utrecht trekt 101 miljoen euro uit voor renovatie en verduurzaming van het provinciehuis. Een meerderheid in de provincie stemde daarmee in, ondanks felle kritiek.
Het gaat om een groot en duur project voor één kantoorgebouw. De provincie noemt het nodig, critici noemen het vooral heel kostbaar.
Wie betaalt de rekening
De provincie werkt met publiek geld, dus de rekening komt bij de belastingbetaler terecht. Het provinciehuis zelf wordt er wel comfortabeler en moderner van.
De mensen die in het gebouw werken profiteren direct van de renovatie. Voor inwoners blijft het vooral een bedrag op afstand, maar dan wel met twee nullen meer dan de meeste verbouwingen thuis.
Kritiek op de hoge investering
In berichten van onder meer Ondanks felle kritiek is er nu groen licht voor peperdure verduurzaming van het Utrechtse provinciehuis is sprake van stevige kritiek op de plannen. Toch stemde een meerderheid uiteindelijk voor de grote en dure renovatie.
De bezwaren gaan niet over een likje verf, maar over de hoogte van de investering. De term peperduur viel niet voor niets meermaals in de discussie.
Duurzaam, maar tegen welke prijs
De provincie presenteert de ingreep als verduurzaming van het provinciehuis. Minder energieverbruik moet dat hoge bedrag op termijn verzachten.
Hoe lang het duurt voordat 101 miljoen euro is terugverdiend, blijft de vraag. Ondertussen staat de teller voor deze groene stap alvast stevig in het rood.








