In 2026 gaat er 110 miljoen euro naar on demand bij de publieke omroep, terwijl tegelijk vier lineaire zenders verdwijnen. Minder zenders op tv, meer geld naar een streamingdienst die moet concurreren met Netflix en co: dat schuurt voor wie al genoeg afdraagt aan de schatkist.
In vogelvlucht
- In 2026 schuift de overheid 110 miljoen euro publiek geld naar on demand bij de publieke omroep.
- Tegelijk verdwijnen vier lineaire zenders, terwijl de rekening voor belastingbetalers gewoon doorloopt.
- Met dat geld moet een publieke streamingdienst de strijd aangaan met commerciële giganten als Netflix.
Meer geld naar on demand
Het budget voor on demand content gaat in 2026 omhoog naar 110 miljoen euro. Dat is een stijging van 24 miljoen euro ten opzichte van de 86 miljoen euro in 2025.
Volgens de begroting voor 2026 noemt de NPO directie dat een stap richting het bereiken van nieuwe generaties. Ook wijst de directie op digitale platformen als belangrijkste groeirichting.
Volgens de directie zijn de keuzes “pijnlijk”, maar ook “essentieel voor een toekomstbestendige publieke omroep”. Daarmee wordt de verschuiving naar online nadrukkelijk als noodzaak gepresenteerd.
NPO Start als streamingconcurrent
Specifiek voor NPO Start is in de begroting voor 2026 een extra investering van 22,8 miljoen euro opgenomen. Doel is de concurrentie met internationale streamingdiensten aan te gaan met publiek geld.
Voor nieuwe video fictie die speciaal is gemaakt voor on demand gebruik staat binnen het NPO fonds nog eens 7,6 miljoen euro klaar. Daarmee wordt dus niet alleen het platform betaald maar ook de inhoud die daarop kijkers moet trekken.
Vier lineaire zenders verdwijnen
Als gevolg van de focus op on demand stopt de overheid eind 2026 met de financiering van vier lineaire zenders. Het gaat om NPO 2 Extra, NPO Soul & Jazz, NPO Campus Radio en de internationale zender BVN.
De plannen voor het schrappen van aanbodkanalen en organisatie worden verder uitgewerkt in het NPO beleid rond aanbodkanalen. Daarmee wordt de keuze concreet ingevuld in minder klassieke zenders en meer nadruk op digitale platforms.
Minister Gouke Moes vat het samen als: “De NPO snijdt vooral in lineaire programmering en geeft prioriteit aan online en on demand.” De keuze betekent concreet minder traditionele zenders terwijl de digitale platforms juist worden opgepompt.
Reclame en belastinggeld
De mediabegroting leunt deels op Ster reclames, maar die inkomsten dalen in 2026 naar verwachting naar 166,2 miljoen euro. Dat komt mede doordat commerciële reclame op on demand platformen wettelijk is beperkt tot goede doelen.
Terwijl er dus meer geld naar on demand gaat wordt de pot met reclame inkomsten kleiner. De rekening voor de digitale ambities van de publieke omroep komt daarmee nadrukkelijker bij de algemene begroting terecht.
Volgens berichtgeving over het totaalbudget van de NPO gaat het nog altijd om bijna 1 miljard euro per jaar. Binnen dat bedrag verschuift het zwaartepunt steeds verder naar online en streaming.








