De rijksoverheid trekt 3,4 miljard euro uit om woningbouw mogelijk te maken, maar het Noorden krijgt daarvan slechts 9,2 miljoen. Terwijl bijna 2 miljard richting Randstad gaat, moet Groningen, Fryslân en Drenthe het doen met kruimels, terwijl inwoners wel overal hetzelfde meebetalen.
In vogelvlucht
- Van de 3,4 miljard euro voor woningbouw gaat bijna 2 miljard naar de Randstad en 9,2 miljoen naar het Noorden.
- Inwoners van Groningen, Fryslân en Drenthe betalen net zo veel mee, maar krijgen een fractie van het geld terug.
- De verdeling laat zien dat de miljarden vooral stapelen in de Randstad, terwijl het Noorden met kruimels eindigt.
Miljardenpot en kruimels
Het demissionaire kabinet stelt 3,4 miljard euro beschikbaar om woningbouw te versnellen. Het geld moet locaties ontsluiten met wegen, fietspaden en openbaar vervoer.
Van die 3,4 miljard euro gaat 9,2 miljoen euro naar Groningen, Fryslân en Drenthe samen. Dat bedrag komt uit een fonds voor fietspaden, wegen, openbaar vervoer, bodemsanering en netknooppunten.
MIRT-plannen in het Noorden
MIRT landsdeel Noord Nederland diende aanvragen in voor 27 maatregelen bij 11 gemeenten. Daarvan zijn er uiteindelijk maar drie gehonoreerd.
“Tot onze teleurstelling en verbazing zijn slechts drie maatregelen gehonoreerd: één in elke provincie, met een totaal subsidiebedrag van € 9,2 miljoen.” schrijven Drs. A.A.M. Brok en E.J. Bennema. Zij voegen daaraan toe: “Over deze subsidieverdeling maken wij ons grote zorgen.”
Randstad pakt bijna twee miljard
Terwijl het Noorden het moet doen met 9,2 miljoen euro, is in de Randstad bijna 2 miljard euro toegekend. Bijna tweederde van de landelijke subsidieruimte landt dus in één deel van het land.
“Natuurlijk is dit bedrag welkom, maar dit steekt schril af tegen de enorme bedragen die zijn toegekend aan andere MIRT landsdelen (alleen al in de Randstad landt bijna € 2 miljard).” aldus Brok en Bennema. In hun brief benadrukken zij dat het verschil in toekenning groot is.
Reactie uit het Noorden
Noordelijke bestuurders sturen brieven aan minister Mona Keijzer en minister Robert Tieman. Zij vragen aandacht voor de verdeling van de bouwsubsidies en de positie van het Noorden.
Dagblad van het Noorden meldt dat “Noordelijke bestuurders verontwaardigd zijn over de schamele rijksbijdrage.” Die verontwaardiging richt zich niet op het bestaan van steun, maar op de verhouding tussen regio’s.








