De invoering van de Omgevingswet loopt op tot mogelijk drie miljard euro. Gemeenten dragen het grootste deel van de rekening en hebben nu al meer dan een miljard uitgegeven. De beloofde baten laten nog decennia op zich wachten.
In vogelvlucht
- Totale invoeringskosten kunnen oplopen tot drie miljard euro
- Gemeenten betalen circa 2,1 miljard euro tussen 2016 en 2032
- Gemiddelde terugverdientijd voor gemeenten is 29 jaar
Een rekening die elk jaar verder groeit
De invoeringskosten van de Omgevingswet kunnen de komende jaren oplopen tot drie miljard euro. Gemeenten dragen driekwart van deze lasten en komen uit op ongeveer 2,1 miljard euro tussen 2016 en 2032. Inmiddels is al 1,3 miljard euro uitgegeven aan invoeringstaken en het nieuwe stelsel.
Daarbovenop komen nog minimaal 840 miljoen euro aan extra kosten voor gemeenten tot 2032. Deze bedragen zijn voorlopig en kunnen nog stijgen.
Verplichte instrumenten en het DSO slokken miljoenen op
Bijna de helft van de gemeentelijke kosten gaat naar het maken van verplichte instrumenten zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Daarnaast vormt het Digitaal Stelsel Omgevingswet een forse post. De eenmalige kosten daarvan liggen tussen 220 en 330 miljoen euro.
Over de hele periode 2016 tot 2031 komen de transitiekosten uit op 2,4 tot 3,3 miljard euro. Gemeenten betalen 77 procent van dat totaal.
Twintig jaar wachten op rendement
Volgens de VNG duurt het gemiddeld 29 jaar voordat gemeenten hun investering hebben terugverdiend. Daarmee blijft het financiële beeld somber terwijl de structurele lasten vooral lokaal neerslaan. De opbrengsten van het systeem komen pas op lange termijn in zicht.
Het Rijk stelt in 2025 eenmalig 80,7 miljoen euro beschikbaar als decentralisatie uitkering. Dat bedrag dekt slechts een klein deel van de gemeentelijke kosten.
De boodschap van Rijk en VNG staat op spanning
Minister Mona Keijzer zegt dat de kosten slechts beperkt zijn toegenomen vergeleken met eerdere ramingen. De VNG ziet dat anders en noemt het financiële plaatje voor gemeenten weinig positief. De belangrijkste conclusie uit alle rapportages blijft dat de Omgevingswet veel duurder uitpakt dan gehoopt en dat gemeenten structureel het meeste betalen.







