In vogelvlucht

  • Haarlem reserveert eenmalig € 500.000 voor kleine culturele instellingen, maar niet voor voorstellingen of publiek programma.
  • Het geld mag naar panden, inrichting en inventaris, met per aanvraag een plafond van € 30.000.
  • De regeling richt zich op instellingen met minder dan drie medewerkers en loopt door tot eind 2028.

Een halve miljoen voor kleine cultuur

Haarlem trekt eenmalig € 500.000 uit voor kleine culturele instellingen. Vanaf 30 april 2026 ligt dat geld klaar voor investeringen in huisvesting, interieur en inventaris.

De regeling richt zich op publiek toegankelijke gebouwen met culturele activiteiten en projecten. Het geld gaat dus niet naar programmering, maar naar stenen, stoelen en spullen.

Klein team, toch tot € 30.000

De subsidie richt zich op instellingen met minder dan drie volledig werkende medewerkers. Per aanvrager ligt de grens op maximaal € 30.000.

Instellingen mogen meerdere investeringen tegelijk indienen. Dat maakt de pot van € 500.000 meteen iets overzichtelijker: veel kleine clubs, elk met een eigen wensenlijst.

Ruime loketten, lange uitvoering

Aanvragen lopen van 30 april tot en met 4 oktober 2026. Wie een toekenning krijgt, krijgt daarna ruim de tijd om de investeringen af te ronden, tot en met 31 december 2028.

Dat levert een opvallend tijdpad op. De aanvraagperiode duurt een paar maanden, de uitvoering ruim tweeënhalf jaar.

Publiek gebouw, publieke pot

Haarlem koppelt het geld aan gebouwen die openstaan voor publiek en aan culturele activiteiten en projecten. De regeling trekt dus een duidelijke lijn: kleine instellingen krijgen geld voor hun plek en inrichting, niet voor alles eromheen.

Zo schuift de gemeente publiek geld naar de fysieke basis van de culturele sector in de stad. Voor kleine organisaties met weinig personeel ligt er een kans, maar wel binnen een strak kader van huisvesting, interieur en inventaris.

Bronnen

Is dit een nuttige geldbesteding?