Nog vóór Prinsjesdag zet het kabinet al 430 miljoen euro vast voor de techsector, zonder nieuw kabinet aan tafel. Opvallend is vooral de 230 miljoen voor de chipindustrie, die via Europese omwegen terugvloeit naar een handvol bedrijven met een Nederlands vlaggetje.
In vogelvlucht
- Het demissionaire kabinet parkeert alvast 430 miljoen euro voor de techsector, nog vóór het nieuwe regeerakkoord.
- Van dat bedrag gaat 230 miljoen naar de chipindustrie, met Brussel als verplichte tussenstop voor het geld.
- Uiteindelijk belandt die 230 miljoen bij een beperkt groepje chipbedrijven met een Nederlands vlaggetje.
Techmiljoenen nog vóór Prinsjesdag
Nog voor Prinsjesdag 2025 belooft het demissionaire kabinet 430 miljoen euro aan de techsector. Bijna een half miljard belastinggeld krijgt zo alvast een bestemming, zonder dat er een nieuw kabinet zit.
Volgens het kabinet is die timing geen probleem, want de investering is strategisch belangrijk voor Nederland. Op de site van de NOS zegt het kabinet dat “Nederland de boot niet mag missen”.
Computerchips als nationale trots
De grootste hap is voor de chipindustrie, die 230 miljoen euro krijgt. Daarmee moet Nederland meedoen in de internationale race om geavanceerde computerchips.
Het geld loopt via Europese regelingen als IPCEI en ETCI. Nederland stapt daar nu stevig in.
Startups op groei-dieet
Daarnaast gaat 200 miljoen euro naar startups die moeten doorgroeien tot grotere bedrijven. Het gaat om jonge bedrijven in de techsector die volgens het kabinet kunnen uitgroeien tot nieuwe groeimotoren.
Ook dit geld komt vooral uit het Nationaal Groeifonds, de nationale pot voor toekomstige economische groei. Dat Groeifonds is gevuld met publiek geld, dus ook met de btw op uw nieuwste telefoon.
Europa als omweg voor Nederlands geld
De route via IPCEI en ETCI betekent dat Nederlands belastinggeld eerst door Europa gaat. Daarna komt het terug in de vorm van goedgekeurde projecten, met Europese stempels en voorwaarden.
Zo wordt een nationale keuze verpakt als Europees industriebeleid, met de laptopindustrie als vlag op de lading. Econoom Henk Volberda noemt het op BNR “een druppel op de gloeiende plaat, maar ook een heel goed signaal”.
Wie betaalt, wie profiteert
De rekening ligt bij de Nederlandse belastingbetaler, de opbrengst bij een kleine groep techbedrijven. De hoop is dat banen, kennis en belastinginkomsten later alsnog breder neerdalen.
Voor nu is duidelijk waar het geld heen gaat en wie er alvast blij mee zijn. Of de rest van Nederland meer terugkrijgt dan een mooi persbericht, moet later blijken.








