Per 1 januari 2026 trekt de overheid opnieuw 1,6 miljard euro uit voor een tijdelijke accijnskorting op fossiele brandstoffen. Tegelijkertijd worden lasten verhoogd en bezuinigd op onderwijs.
In vogelvlucht
- De accijnskorting op fossiele brandstoffen kost 1,6 miljard euro en staat haaks op klimaatbeleid
- De maatregel wordt telkens op tijd verlengd terwijl andere uitgaven toenemen
- Onderwijs krijgt 1,3 miljard minder, Defensie 3,4 miljard extra
Een miljardenkorting die verkiezingen lijkt te bedienen
De verlenging van de accijnskorting kost 1,6 miljard euro en staat beschreven in de algemene financiële beschouwingen van de Eerste Kamer. Hoewel de maatregel bedoeld zou zijn om burgers te helpen, stellen meerdere senatoren dat deze strijdig is met de klimaatdoelen.
Senator Crone noemde het “een verkiezingscadeau” dat voortijdig werd gepresenteerd door de minister van Financiën. De korting wordt telkens net op tijd verlengd, ondanks de officiële tijdelijke aard ervan.
Accijns omlaag, elders lasten omhoog
Terwijl de overheid de belastingdruk op mobiliteit en energie opvoert, blijft de accijnskorting intact. Senator Baumgarten vatte samen dat het kabinet kiest voor hogere lasten in combinatie met een tijdelijke korting die steeds weer wordt verlengd.
Deze aanpak zou vooral bedoeld zijn om steeds hogere overheidsuitgaven te dekken. De korting, die de klimaatdoelen ondermijnt, wordt verantwoord binnen fondsen zoals het Klimaatfonds.
Verschillen met buurlanden nemen toe
In andere landen stijgen de accijnzen, terwijl Nederland de korting handhaaft. Hierdoor nemen de prijsverschillen met buurlanden verder toe.
Senator Van Strien merkte op dat “deze verschillen steeds groter worden”. De houdbaarheid van de maatregel komt onder druk te staan nu de kosten oplopen en de prijsverschillen blijven groeien.
Bezuinigingen en herprioritering van uitgaven
Tegelijkertijd wordt op onderwijs en wetenschap 1,3 miljard euro bezuinigd, terwijl Defensie 3,4 miljard euro extra ontvangt. Deze combinatie van bezuinigingen en extra uitgaven toont een heroriëntatie van het budget.
De accijnskorting past in dit beeld als een populaire maar dure maatregel waarvan de kosten uiteindelijk bij de belastingbetaler terechtkomen.








