In vogelvlucht
- Noord-Holland verdeelt € 5,8 miljoen over 11 projecten in 10 gemeenten, in plaats van één groot fietsplan.
- Het geld gaat naar lokale ingrepen voor doorfietsroutes en risicowegen, dus vooral verspreid en kleinschalig besteed.
- De provincie betaalt versnipperd, omdat aanleg over gemeentegrenzen anders te langzaam zou verlopen.
Vijf komma acht miljoen voor elf ingrepen
De provincie Noord-Holland trekt € 5,8 miljoen uit voor 11 projecten in 10 gemeenten. Dat geld gaat naar veiligere lokale risicowegen en naar doorfietsroutes, routes voor ritten tot ongeveer 15 kilometer.
De regeling heet Doorfietsroutes en Verkeersveiligheid. Noord-Holland richt zich op plekken waar het effect op verkeersveiligheid het grootst is, aldus de provincie Noord-Holland.
Verspreid over gemeenten
Dat geld landt dus niet in één groot provinciaal plan, maar verspreid over gemeenten. De provincie betaalt mee om de aanleg sneller te laten verlopen, omdat die fietsroutes over gemeentegrenzen lopen.
Doorfietsroutes verbinden dorpen en steden met elkaar. Ze maken werkplekken, winkels, scholen, recreatiegebieden en ov-knooppunten beter bereikbaar voor fietsers uit de stad en daarbuiten.
Veiligheid als rechtvaardiging
De uitgave draait dus niet alleen om asfalt en markeringen, maar ook om bereikbaarheid. Noord-Holland koppelt dat direct aan verkeersveiligheid, vooral op wegen die als risicovol gelden.
De provincie kiest nadrukkelijk voor plekken met het grootste veiligheidseffect. Dat klinkt doelgericht, al blijft het ook een klassieke overheidsroute. Eerst grenzen trekken, daarna subsidie sturen om die grenzen praktisch te negeren.
Te veel slachtoffers, dus de portemonnee open
De provincie legt de nadruk op de onveiligheid voor fietsers. Gedeputeerde Jeroen Olthof zegt: “Goed dat deze gemeenten nu snel aan de slag kunnen met deze 11 projecten die de verkeersveiligheid verbeteren. Dat is hard nodig, want er vallen te veel verkeersslachtoffers, vooral fietsers. We bouwen zo ook verder aan het netwerk van prettige en veilige doorfietsroutes.”
Daar zit ook de politieke kern. Noord-Holland zet publiek geld in op zichtbare lokale projecten, met als belofte minder slachtoffers en prettigere routes.
De keuze oogt logisch, maar ook veelzeggend. Voor sneller fietsen tussen dorpen en steden ligt ineens wél € 5,8 miljoen klaar, zolang het netjes past in een provinciale regeling met een stevige naam en een grensoverschrijdende fietsroute als rechtvaardiging.

