In vogelvlucht

  • De provincie reserveert in 2026 bijna 3 miljoen euro voor woonprojecten die financieel niet rondkomen.
  • Gemeenten kunnen per project maximaal 750.000 euro krijgen voor renovatie, herstructurering en openbare ruimte.
  • Opvallend is dat de provincie hiermee bijspringt bij lokale tekorten rond gemeentelijke woonprojecten.

Bijna 3 miljoen voor plannen rond wonen

Gemeenten kunnen vanaf vandaag subsidie aanvragen voor de provinciale regeling Gebiedsgerichte Aanpak Wonen. In 2026 ligt daar € 2.946.941 voor klaar. Per project geldt een maximum van € 750.000.

Dat geld gaat naar renovatie, transformatie of herstructurering van woningen. Daar hoort ook een opknapbeurt van de openbare ruimte bij. De regeling richt zich dus niet alleen op stenen, maar ook op de ruimte eromheen.

Niet elk gat krijgt een zak geld

De provincie richt de regeling op gemeenten waar zo’n gebiedsgerichte aanpak plaatsvindt. Een project krijgt maximaal 50% van de subsidiabele kosten vergoed. De subsidie komt ook nooit boven het financiële tekort van het project uit.

Dat klinkt strak afgebakend, en dat is het ook. Toch blijft de kern helder: publieke middelen vullen tekorten bij lokale woonprojecten aan. De provincie legt geld op tafel, gemeenten dienen de aanvraag in en de werkzaamheden landen in een wijk of buurt.

Toekomstbestendig, maar vooral ook kostbaar

De regeling heeft als doel een toekomstbestendige woningvoorraad. Dat klinkt netjes, al past er veel onder dat etiket. Renovatie, transformatie en herstructurering bieden gemeenten in elk geval ruimte om bestaande woongebieden stevig aan te pakken.

Op papier zit er dus een rem op de uitgaven: maximaal € 750.000 per project en nooit meer dan de helft van de kosten. Tegelijk ligt er in 2026 wel bijna € 3 miljoen publiek geld klaar voor projecten die hun eigen rekensom niet rond krijgen. Voor woonbeleid blijkt de portemonnee van de overheid opnieuw een handig stuk gereedschap.

Bronnen

Is dit een nuttige geldbesteding?