Het Rijk haalt vanaf 2026 nog eens 2,4 miljard uit het gemeentefonds, terwijl gemeenten al jaren structureel te weinig krijgen. Driekwart van de gemeenten duikt hierdoor in het rood.
In vogelvlucht
- Gemeenten krijgen al jaren minder geld dan nodig en zien vanaf 2026 nog eens 2,4 miljard minder uit het gemeentefonds.
- Ongeveer driekwart van de gemeenten komt in de min en moet voorzieningen schrappen.
- Jeugdzorg en welzijn lopen risico, ook al is er tijdelijk extra geld beschikbaar.
De bodem is al bereikt terwijl er nog meer wordt weggehaald
Gemeenten zijn voor een groot deel afhankelijk van het geld dat ze krijgen via het gemeentefonds. Dat bedrag wordt vanaf 2026 met 2,4 miljard verlaagd volgens de VNG.
Tegelijk wijzen gemeenten en onderzoekers er al jaren op dat de rijksbijdrage achterblijft bij de werkelijke kosten, onder meer door te laag ingeschatte inflatie en extra taken zonder volledig budget. Daardoor begint het tekort al lang voor het nieuwe bezuinigingsjaar.
Het resultaat is voorspelbaar. Volgens berekeningen waar de VNG naar verwijst, zou ongeveer driekwart van de gemeenten in 2026 in de rode cijfers komen als er niets verandert. Daarom spreken gemeenten over een “financieel ravijnjaar”.
Taken blijven, budget wordt kleiner
Gemeenten hebben genoeg wettelijke verplichtingen. Jeugdzorg, ondersteuning en welzijn horen daarbij. Tot 2027 is er tijdelijk extra geld beschikbaar om vooral de jeugdzorg te betalen, maar dit is een overgangsregeling. Gemeenten waarschuwen dat deze pot snel opraakt terwijl de kosten blijven stijgen.
Het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst er in analyses op dat nieuwe bezuinigingen op lokale budgetten juist mensen met achterstanden raken. Zij lopen dan meer risico dat zij voor belangrijke sociale en welzijnsvoorzieningen minder terecht kunnen bij hun gemeente. Dat beeld sluit aan bij de zorgen die in Zorg+Welzijn worden geschetst rond de jeugdzorg.
Rijk kijkt toe zonder te weten wat het ziet
Het wringt extra dat het Rijk zelf nauwelijks precies weet welke taken gemeenten uitvoeren met het geld dat zij krijgen. De Raad voor het Openbaar Bestuur waarschuwt dat het Rijk onvoldoende zicht heeft op wat er lokaal allemaal moet gebeuren en welke middelen daarvoor nodig zijn.
De Raad van State wijst er in adviezen op dat een betere financieringssystematiek alleen werkt als er ook voldoende budget is. Anders verschuift het probleem alleen maar op papier.
Onderzoekers als Maarten Allers, directeur van COELO, constateren dat de balans zoek is tussen het takenpakket van gemeenten en het geld dat daarvoor beschikbaar is. Gemeenten moeten steeds meer doen met relatief minder middelen.
Minder voorzieningen voor inwoners
Als het budget daalt en de taken blijven bestaan, verdwijnen voorzieningen of worden ze afgeschaald. Dat raakt inwoners die afhankelijk zijn van jeugdhulp, welzijn of lokale ondersteuning direct.
De vraag blijft hoeveel er straks nog over is als gemeenten structureel tekortkomen en het Rijk tegelijk blijft snijden. Het “ravijnjaar” 2026 laat zien dat financiële gaten op rijksniveau uiteindelijk bij de lokale voorzieningen en inwoners terechtkomen.







