In een oude tabaksfabriek in Groningen komt mogelijk een AI-supercomputer van ruim 200 miljoen euro. Opvallend is dat dit megaproject doorgaat als voorbeeld van innovatie, terwijl onderzoeksbureau Ecorys zo’n groot AI-datacenter juist beperkt noemt.
In vogelvlucht
- Voor ruim 200 miljoen euro krijgt Groningen mogelijk een AI-supercomputer in een oude tabaksfabriek.
- De overheid presenteert het project als innovatieshowcase, terwijl eigen onderzoek de meerwaarde van zo’n groot datacenter beperkt noemt.
- Ondanks twijfels uit dat onderzoek lijkt de investering van publiek geld in het megadatacenter gewoon door te gaan.
Miljoenen voor een AI-fabriek in Groningen
Het Rijk legt 70 miljoen euro op tafel voor een AI-fabriek in Groningen. In dezelfde fabriek gaat nog eens 60 miljoen euro van de noordelijke regio’s zitten, plus mogelijk 70 miljoen euro uit Brussel.
Het geld gaat naar het oude Niemeyer-tabaksgebouw in de stad. Daar moet een supercomputer komen om AI-modellen te trainen, als alles volgens plan gaat.
Onzekerheid over Europese miljoenen
De Europese Commissie wil nog eens 70 miljoen euro bijdragen aan het project. Dat bedrag moet echter eerst worden goedgekeurd voordat het echt kan worden uitgegeven.
De bouw kan in 2026 beginnen, maar alleen als die EU-gelden er ook daadwerkelijk komen. Zonder Brussel blijft de AI-fabriek voorlopig vooral op papier bestaan.
AI-fabriek als uithangbord voor slimme sectoren
De AI-fabriek moet bijdragen aan slimme landbouw, zorg, energie, veiligheid en industrie. Daarmee presenteert het project zich als motor voor bijna elk maatschappelijk probleem.
Volgens minister Karremans op NOS.nl gaat “AI onze economie en samenleving fundamenteel veranderen”. De fabriek in Groningen moet daar een zichtbare Nederlandse plek in krijgen.
Van tabak naar data in het Niemeyer-gebouw
De keuze voor het Niemeyer-gebouw geeft een oud industriecomplex een nieuwe digitale laag. Waar vroeger tabak werd verwerkt, moeten straks algoritmes worden gekweekt.
De supercomputer moet daarvoor het harde rekenwerk doen. De bedoeling is dat bedrijven en instellingen er hun AI-modellen kunnen trainen.
Regionale kansen en nationale strategie
Regionale bestuurders zien het project als steun in de rug voor de noordelijke economie. Jakob Klompien zegt op NOS.nl dat “het goed aansluit bij de economische plannen in deze regio”.
Op nationaal niveau past de fabriek in de wens om minder afhankelijk te zijn van grote buitenlandse spelers. Het rapport-Wennink pleit bijvoorbeeld voor een AI-gigafabriek om minder afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten.
Twijfels over de echte meerwaarde
Tegelijkertijd is er stevige twijfel of zo’n groot AI-datacenter wel echt nodig is. Onderzoeksbureau Ecorys ziet volgens het FD weinig meerwaarde in een groot datacenter voor AI.
Daarmee staat er een flinke stapel belastinggeld tegenover een advies dat de toegevoegde waarde beperkt noemt. De spanning tussen politieke ambitie en economische onderbouwing is dus ingebouwd in het plan.







