Voor vier gestolen museumstukken maakt de Nederlandse staat 5,7 miljoen euro over aan een verzekeraar. Opvallend is dat dit bedrag niet naar nieuw erfgoed of betere beveiliging gaat, maar naar het afdekken van een garantie op Roemeense topstukken die nog altijd spoorloos zijn.
In vogelvlucht
- De staat betaalt 5,7 miljoen euro aan een verzekeraar voor vier gestolen museumstukken.
- Het geld gaat niet naar nieuwe kunst of betere beveiliging, maar naar een garantieregeling.
- De miljoenen dekken risico op Roemeense topstukken die nog steeds niet zijn teruggevonden.
Dure kunstroof, publieke rekening
Na de kunstroof in het Drents Museum in Assen betaalt de Nederlandse staat 5,7 miljoen euro. Dat bedrag gaat niet naar het museum, maar rechtstreeks naar de verzekeraar.
De verzekeraar had de waarde van de gestolen objecten ook op 5,7 miljoen euro geschat. De rekening komt bij de staat terecht door een speciale garantie op geleende kunst.
Gouden helm, gouden kosten
Bij de inbraak in januari vorig jaar werden vier objecten gestolen. Het ging om de Gouden Helm van Cotofenesti en drie armbanden.
De stukken stonden in een speciale tentoonstelling in het Drents Museum. Ze waren daarvoor overgekomen uit Roemenië.
Roemeense topstukken, Nederlandse garantie
De kunstwerken waren geleend van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. De Nederlandse staat had voor deze bruikleen een financiële garantie gegeven.
Deze garantie houdt in dat de staat garant staat voor schade tot 30 procent van de totale waarde van de geleende collectie. Omdat de waarde van de gestolen stukken binnen deze marge valt, draait de staat op voor het volledige bedrag van 5,7 miljoen euro.
Vuurwerkbom en verzekerde risico’s
De inbrekers gebruikten een vuurwerkbom om het museum binnen te komen. Daarna verdwenen de helm en de armbanden in de nacht, buiten openingstijd.
De gestolen objecten zijn sindsdien niet teruggevonden. De verzekering keerde daarom uit en wendde zich tot de staat voor het gegarandeerde deel.
Belastinggeld voor verdwenen erfgoed
De minister noemt de kunstroof op de website van de NOS “een ingrijpend verlies voor alle betrokkenen in Nederland en Roemenië.” Financieel is het verlies nu vooral zichtbaar op de Rijksbegroting.
De kunstwerken zelf blijven vooralsnog spoorloos. Minister Moes zegt op NOS.nl: “Ik blijf hopen dat de objecten worden opgespoord en kunnen terugkeren naar het publiek waarvoor zij van betekenis zijn.”







