Elke nacht dat er meer dan 2000 mensen in Ter Apel slapen, kost dat 50.000 euro aan dwangsommen. Dat bedrag gaat niet naar extra opvang of betere bedden, maar naar een boete omdat een eigen afspraak wordt overschreden, terwijl de gemiddelde Nederlander die rekening uiteindelijk draagt.
In vogelvlucht
- Elke nacht met meer dan 2000 mensen in Ter Apel kost de staat 50.000 euro aan dwangsommen.
- Dat geld gaat niet naar extra opvangplekken of betere bedden, maar rechtstreeks naar boetes.
- De overheid beboet dus vooral zichzelf, terwijl de gemiddelde Nederlander de rekening voor deze keuze betaalt.
De dure grens van 2000 bedden
De gemeente Westerwolde en het COA spraken af dat maximaal 2000 asielzoekers in Ter Apel mogen overnachten. Wordt dat aantal overschreden, dan wordt het geen logistiek probleem maar een financieel probleem.
Het COA betaalt dan 50.000 euro dwangsom per dag zolang er meer dan 2000 mensen slapen. De maximale dwangsom bedraagt 5 dagen, daarna stopt de teller. Toch geldt dit per vastgestelde overtreding. Bij herhaalde overschrijdingen kan een nieuwe cyclus starten.
Als de teller gaat lopen
Elke nacht boven de grens betekent 50.000 euro aan publieke uitgaven. Het gaat om uitgaven van een rijksorganisatie die volledig draait op belastinggeld.
Dit geld gaat niet naar extra opvangplekken of betere voorzieningen. Het gaat naar een dwangsom omdat een eigen afspraak wordt overschreden, zoals recent nog beschreven werd door Fors meer asielzoekers in Ter Apel dwangsom naar 2,5 miljoen.
Wie bepaalt en wie betaalt
De afspraak tussen Westerwolde en het COA lijkt helder: niet meer dan 2000 bedden. Toch komt er een systeem waarin de overheid zichzelf beboet als zij haar eigen grens niet haalt.
De gemeente bewaakt de limiet, het COA betaalt de prijs en de belastingbetaler financiert beide. Volgens berichtgeving in Aantal asielzoekers in Ter Apel daalt tot onder limiet blijft de discussie over verantwoordelijkheid ondertussen doorgaan.









