In vogelvlucht

  • Van ruim € 6,6 miljoen subsidie in 2026 gaat ongeveer driekwart naar tien grote professionele organisaties.
  • Ruim honderd kleinere verenigingen moeten samen rondkomen van slechts zo’n vier procent van het subsidiebudget.
  • De gemeente spreidt deze miljoenen over veel doelen, maar het geld blijft vooral hangen bij een kleine top.

Driekwart naar de grote jongens

De gemeenteraad stelde op 25 juni de nieuwe Algemene subsidieverordening vast. ASV 2026 vervangt de versie uit 2020. Na zes jaar lag het subsidieloket dus weer even op de werkbank.

In 2026 verdeelt de gemeente ruim € 6,6 miljoen. Het grootste deel gaat niet naar sportclubs of kleine verenigingen, maar naar grote professionele organisaties.

Professionele organisaties krijgen het meeste

Die organisaties voeren taken uit voor de gemeente. Denk aan welzijnswerk, jeugd- en jongerenwerk, de bibliotheek, cultuurcentra en het sociaal loket.

De tien grootste ontvangers pakken samen ongeveer driekwart van het totale subsidiebedrag. Daarmee blijft het grootste deel van de pot hangen bij een kleine groep uitvoerders.

Kruimels voor de rest

Aan de andere kant staan ruim honderd kleinere verenigingen. Samen krijgen zij zo’n vier procent van het totaal. Dat is een klein stuk van de taart, zeker naast die driekwart voor de top tien.

Voor die kleine clubs telt dat geld juist zwaar mee. Voor hen maakt de subsidie vaak het verschil tussen overeind blijven of omvallen. Zo krijgt een sportclub een bedrag op basis van het aantal jeugdleden uit de gemeente, plus een vergoeding voor de accommodatie.

Vaste rekensommen, scheve uitkomst

De gemeente werkt met vaste regelingen. Elk type subsidie heeft een eigen rekenmethode. Dat klinkt overzichtelijk, maar een nette formule zegt nog niets over de verdeling onderaan de streep.

Precies daar zit de opvallende tegenstelling. De gemeente spreidt ruim € 6,6 miljoen uit over allerlei doelen, maar het meeste geld landt bij een kleine groep professionele uitvoerders. Intussen delen ruim honderd kleinere verenigingen samen in een paar procent. Dat leest minder als breed verenigingsbeleid en meer als een systeem met duidelijke favorieten.

Bronnen

Is dit een nuttige geldbesteding?