Een miljard euro om zwaar werk lichter te maken, maar de timmerman, stratenmaker en verpleegkundige merken er weinig van. Het grootste deel verdwijnt in regelingen, kennisprogramma’s en innovatielabs, waardoor vooral adviesbureaus, universiteiten en onderzoeksclubs er beter van worden.
In vogelvlucht
- Van de miljard euro voor lichter werk lijkt vooral de advies- en onderzoeksindustrie de schouders te ontzien.
- In plaats van tilhulpen of extra collega’s groeit vooral het aantal regelingen, kennisprogramma’s en innovatielabs.
- De pot voor zwaar werk wordt vooral besteed aan denken over oplossingen, niet aan concrete verlichting op de werkvloer.
Maatwerk op papier, maar niet op de bouwplaats
Een miljard euro. Dat is wat er sinds het pensioenakkoord van 2019 is gereserveerd voor de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU). Het geld is bedoeld om mensen met zwaar werk eerder te laten stoppen of hun werk lichter te maken.
Maar loop een bouwplaats op en stap een verpleeghuis in. Vraag een vrachtchauffeur van 63 hoe het gaat. De AOW-leeftijd komt dichterbij. De rugpijn ook.
Op papier is het maatwerk, in de praktijk vooral papier. Er zijn overleggen, projectplannen en kennisprogramma’s.
Het geld stroomt wel, maar niet naar de man met de hamer of de vrouw aan het bed. De overheid belooft verlichting, maar de rekening gaat naar een groeiende schil van adviesclubs, kenniscentra en innovatielabs.
Gezond naar het pensioen via regelingen en innovatiecentra
In oktober 2024 werd het akkoord “Gezond naar het pensioen” gesloten. De resterende MDIEU-miljoenen worden omgekat tot nieuwe projecten rond zwaar werk en gezond werken.
Op 27 januari 2026 meldt minister Mariëlle Paul dat het kabinet tot en met 2030 nog eens ongeveer 200 miljoen euro inzet voor projecten en innovaties rond datzelfde thema. Deze inzet gaat naar nieuwe regelingen, innovatiecentra en een kennisprogramma over zwaar werk bij de overheid en onderzoeksorganisaties.
Waar gaat dat geld heen? Er komt een nieuwe subsidieregeling voor samenwerkingsverbanden en mkb-bedrijven.
Die regeling is bedoeld voor projecten die zwaar werk moeten voorkomen of verlichten. Het kabinet stopt daarnaast geld in FRAIM, een onderzoeks- en innovatiecentrum van de TU Delft, om innovatielabs voor mkb’ers op te tuigen.
Expertisecentrum zwaar werk
TNO krijgt budget voor een expertisecentrum zwaar werk. Daar hoort een kennisprogramma bij over zwaar werk, de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) en duurzame inzetbaarheid.
De definitieve klap valt bij de Voorjaarsnota, zo schrijft de rijksoverheid in de toelichting op de plannen voor deze projecten rond gezond naar het pensioen.
Dus voordat de tegelzetter een tilhulp ziet of de schoonmaker een collega extra, moet het geld langs een subsidieloket. Daarna volgt een universiteit, een innovatielab en een expertisecentrum.
Iedereen professionaliseert in de keten rond zwaar werk. Alleen de werkvloer blijft hetzelfde.
Projecten en kennis, maar weinig verlichting op de vloer
Minister Paul zegt het keurig: “Na een leven hard werken wil je gezond kunnen genieten van je pensioen.” En: “Voor de meeste mensen is gezond doorwerken goed haalbaar, maar we zien dat dat voor mensen met zwaar werk echt meer vraagt.”
Daarom, zo zegt zij, “starten we gezamenlijk verschillende projecten” om zwaar werk te verlichten en kennis uit te wisselen. Dat klinkt sympathiek, maar het schuurt in de stap van woorden naar werk.
Projecten betekenen aanvragen schrijven en consortia vormen. Ze betekenen ook richtlijnen lezen en rapporten opleveren.
“Kennis uitwisselen” betekent conferenties, factsheets en webinars. Vaak komt daar een portal bij met “best practices”.
Wat ontbreekt, is de simpele vraag of het rooster van de verpleegkundige wordt aangepast. En of de ploeg van de stratenmaker wordt verdubbeld.
Ook is onduidelijk of de magazijnmedewerker daadwerkelijk een jaar eerder kan stoppen met werken zonder financieel gat. Die vragen raken direct aan de dagelijkse werkdruk.
De overheid stuurt miljoenen richting TNO en TU Delft om nóg beter te begrijpen dat zwaar werk zwaar is. Intussen weet iedereen op de werkvloer dat al jaren.
Van eerder stoppen naar langer praten over preventie
De oorspronkelijke bedoeling van de MDIEU-pot was duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden mogelijk maken voor mensen met zwaar werk. Concreet: geld voor regelingen zodat iemand met 45 jaar nachtdienst of fysiek slopend werk niet tot de laatste dag hoeft door te beulen.
Nu worden de resterende middelen uit het pensioenakkoord omgezet in een nieuw beleidspakket onder de vlag “Gezond naar het pensioen”. Het accent verschuift naar algemene doelen en toekomstige effecten.
Er gaat minder direct geld naar eerder stoppen. De nadruk ligt meer op preventie, innovatie en kennisontwikkeling.
De generatie die nu kapot loopt, krijgt vooral rapporten over hoe het in de toekomst beter kan. De politiek belooft dat je er niet aan onderdoor hoeft te gaan.
In de praktijk krijg je een rekentest: kun je het nog volhouden tot de AOW-leeftijd? Tegelijk zitten de oplossingen in pilots en loopt de planning door tot 2030.
De dure laag tussen belastingbetaler en werkvloer
Wie betaalt voor al deze plannen? De belastingbetaler. Wie profiteert direct van de nieuwe potten en regelingen?
Adviesbureaus helpen mkb’ers bij subsidieaanvragen en krijgen daar opdrachten voor. Universiteiten tuigen innovatielabs op.
TNO zet een nieuw expertisecentrum neer, compleet met kennisprogramma. Overlegtafels vullen zich met werkgevers- en werknemersorganisaties die samen optrekken.
Wie staat er aan het eind van de keten? Dat is de werknemer met het zware werk. Die mag hopen dat zijn werkgever tijd, kennis en lef heeft om de subsidieweg te vinden.
De werkgever moet het project optuigen en het resultaat ook echt invoeren op de werkvloer. Pas dan kan een tilhulp of ruimer rooster werkelijkheid worden.
Tussen de politieke belofte “gezond je pensioen halen” en de realiteit op de werkvloer zit een dure laag organisaties. Die praten, onderzoeken en experimenteren.
De overheid zegt dat het geld is voor de stratenmaker, de bouwvakker en de verzorgende. Maar als je de route van de miljoenen volgt, blijft er opvallend veel plakken bij partijen die vooral één ding doen: erover vergaderen hoe het lichter zou kunnen.







