In 2026 gaat er € 8,5 miljoen naar Noord-Hollandse ondernemers die willen experimenteren met nieuwe plannen. De eerste en meest onzekere fase van hun innovaties wordt zo met publiek geld meegedragen. Ook als nog helemaal niet vaststaat of er ooit iets van terugvloeit naar de schatkist.
In vogelvlucht
- Provincie schuift € 8,5 miljoen publiek geld naar ondernemers in juist de duurste, meest onzekere innovatiefase.
- Er is geen enkele garantie dat die miljoenen ooit iets opleveren voor de schatkist.
- Risico en aanloopkosten liggen bij de belastingbetaler, terwijl eventuele toekomstige winst volledig bij ondernemers terechtkomt.
Geld voor het risico van anderen
In 2026 gaat er € 8,5 miljoen belastinggeld naar Noord-Hollandse ondernemers die willen innoveren. De provincie Noord-Holland en de rijksoverheid stellen dit bedrag samen beschikbaar via de MIT-regelingen.
De subsidie is bedoeld voor mkb-bedrijven die nog aan het begin staan van hun innovatieproject. Met publiek geld wordt zo de eerste en meest onzekere fase van hun plannen afgedekt.
Experimenteren met belastinggeld
Het geld gaat naar twee soorten projecten: haalbaarheidsprojecten en R&D-samenwerkingsprojecten. Bij haalbaarheidsprojecten worden de risico’s van nieuwe producten of technologieën eerst in kaart gebracht.
Na zo’n haalbaarheidsproject kan een R&D-vervolgtraject starten, opnieuw met publieke steun. De vroege fase, waar normaal het meeste ondernemingsrisico zit, wordt zo een gedeelde rekening.
Innovatie met een missie
De MIT-regelingen vallen onder het missiegedreven innovatie- en topsectorenbeleid van de rijksoverheid. Innoveren is hier dus geen losse hobby, maar moet passen binnen vooraf bepaalde missies en sectoren.
De provincie presenteert dit als steun aan vernieuwing, maar de lijnen liggen al vast. Wie meedoet, speelt mee in een beleid dat in Den Haag en Haarlem is uitgetekend.
Tijdslot open, loket dicht
De regeling voor haalbaarheidsprojecten opent op 7 april 2026 en sluit op 15 september 2026. In die periode kunnen mkb’ers in Noord-Holland hun plannen indienen en een deel van hun risico laten meebetalen door de belastingbetaler.
Daarna gaat de loketdeur dicht en is het wachten op de volgende ronde missiegerichte innovatie. Ondertussen blijft het onduidelijk welk deel van de € 8,5 miljoen ooit terugkomt in de publieke kas.
Lef met andermans portemonnee
Volgens gedeputeerde Esther Rommel begint het allemaal met “de lef om die eerste stap te zetten”. Die moed wordt nu extra aantrekkelijk gemaakt, omdat het experiment deels met publiek geld wordt betaald.
De boodschap is helder: ondernemers mogen dromen, zolang de overheid de kaders bepaalt en de rekening deelt. Wie het risico draagt en wie de winst opstrijkt, blijft daarbij een kwestie van perspectief.







