In vogelvlucht
- De regering trekt in 2026 € 389 miljoen uit voor de uitvoering van toeslagen, niet voor huishoudens.
- Publiek geld gaat dus naar de toeslagenmachine, terwijl burgers vooral afhankelijk blijven van een kwetsbaar stelsel.
- In dat stelsel kunnen een kleine inkomensverandering of een paar euro spaargeld al grote financiële gevolgen hebben.
389 miljoen euro voor de machine
In 2026 trekt het Rijk € 389 miljoen uit voor de uitvoering van toeslagen. Op de begroting van het Ministerie van Financiën staat € 178 miljoen voor Dienst Toeslagen en nog eens € 211 miljoen voor de Belastingdienst.
Dat geld gaat niet naar extra zorg, huur of opvang, maar naar het draaiend houden van het stelsel zelf. Een flinke rekening, nog voordat er één euro toeslag bij iemand op de mat valt.
Miljarden door hetzelfde systeem
Tegelijk liep in 2024 circa € 20,7 miljard aan toeslagen via datzelfde systeem. Dat maakt de uitvoeringskosten niet klein of groot op zichzelf. Wel laat het zien dat ook de route van het geld serieus geld kost.
Het toeslagenstelsel is complex. Door de inkomensafhankelijkheid van belastingen en toeslagen leidt een onverwachte verandering in inkomen tijdens het jaar al snel tot meer of minder recht op toeslagen.
Een paar euro te veel, alles kwijt
Daar komt de vermogensgrens nog bovenop. Iemand met een paar euro te veel spaargeld verliest het recht op toeslagen zelfs helemaal.
Zo ontstaat een systeem waarin kleine verschillen grote gevolgen hebben. Dat maakt toeslagen lastig voorspelbaar. Juist voor mensen die vooraf willen weten waar ze aan toe zijn.
Duur om uit te leggen, lastig om te vertrouwen
Die onvoorspelbaarheid leidt tot onwenselijke situaties. Mensen kiezen er ook voor om geen toeslag meer aan te vragen.
Dat is een wrange uitkomst voor een stelsel waar honderden miljoenen euro’s aan uitvoering in gaan zitten. De overheid bouwt een kostbare regeling op. Intussen haakt een deel van de mensen af, omdat de uitkomst te grillig voelt.
De kern blijft dus ongemakkelijk eenvoudig. In 2026 kost de uitvoering € 389 miljoen. Tegelijk blijft het systeem zo complex dat een inkomensschommeling of een paar euro spaargeld al veel overhoop haalt.

