De recente stijging van de brandstofprijs, veroorzaakt door hogere accijnzen en het laten vervallen van kortingen, wordt door de overheid gepresenteerd als noodzakelijk voor klimaat, gedrag en begrotingsdiscipline, maar laat volgens de auteur vooral een overheid zien die haar eigen groei financiert via de portemonnee van burgers.
In vogelvlucht
- De overheid verhoogt accijnzen op brandstof en presenteert dit als klimaat- en gedragsbeleid, terwijl het in de praktijk vooral begrotingsgedreven is.
- Hogere brandstofkosten en accijnzen treffen vooral lagere inkomens en maken keuzevrijheid feitelijk inkomensafhankelijk.
- Accijnsverhogingen leiden tot grensinkopen en verplaatsing van consumptie, waardoor beleidsdoelen en belastingopbrengsten onder druk komen te staan.
Stijgende brandstofprijzen en overheidspolitiek
De recente stijging van de brandstofprijs wordt veroorzaakt door opnieuw hogere accijnzen en het gecontroleerd laten vervallen van kortingen. De overheid brengt dit als onvermijdelijk, tijdelijk en zelfs wenselijk. Het zou nodig zijn voor klimaat, gedrag en begrotingsdiscipline.
Maar wie beter kijkt, ziet geen samenhangend beleid. Wat zichtbaar is, is een overheid die haar eigen groei financiert via de portemonnee van burgers. Dat wordt verkocht als morele vooruitgang.
De automobilist is daarbij een ideaal doelwit. Hij is zichtbaar, voorspelbaar en moeilijk uit te wijken, totdat hij dat wel doet.
Van mobiliteit naar melkkoe
Autorijden is voor miljoenen Nederlanders geen luxe, maar noodzaak. Toch wordt de auto in Nederland behandeld alsof het een overbodige keuze is die gecorrigeerd moet worden. Bij aanschaf, bij bezit en bij gebruik wordt belasting geheven.
Steeds is er een ander verhaal, maar het resultaat is hetzelfde. De kosten stijgen voor dezelfde handeling. De overheid noemt dit gedragssturing.
In werkelijkheid is het begrotingslogica vermomd als beleid. De accijns op brandstof wordt gepresenteerd als instrument voor klimaat en gedrag, maar dient vooral de schatkist via de accijns op brandstof.
Vrijheid met strafpunten in de praktijk
Formeel blijft de keuze bestaan. Niemand verbiedt autorijden. Niemand verbiedt tanken.
Maar elke liter wordt zwaarder belast. Elke kilometer wordt duurder gemaakt. Elke “ongewenste” keuze wordt financieel bestraft.
Dat is geen verbod, maar ook geen echte vrijheid. Het is vrijheid met strafpunten. De staat gedraagt zich niet langer als scheidsrechter, maar als opvoeder.
Als een belerende buurman die zegt: “u mag het doen, maar wij keuren het af”. En u betaalt daarvoor. Zo wordt keuzevrijheid een moreel ingekaderd systeem van financiële prikkels.
Draagkracht en ongelijkheid in keuzevrijheid
Dat systeem treft niet iedereen gelijk. Voor hogere inkomens is een duurdere tankbeurt vervelend. Voor lagere inkomens is het dwingend.
Wie afhankelijk is van de auto voor werk, zorg of gezin, heeft geen alternatief. De keuzevrijheid waar de overheid zich op beroept, bestaat dan alleen nog op papier. Zo wordt moreel beleid inkomensafhankelijk toegepast.
Wie geld heeft, kan zich ongewenst gedrag veroorloven. Wie dat niet heeft, betaalt of wijkt uit. De koopkrachteffecten van belastingen en premies drukken daardoor zwaarder op groepen met minder ruimte.
Verplaatsing in plaats van gedragsverandering
Het voorspelbare gevolg is grensgedrag. Wie toch voor goedkopere sigaretten naar Duitsland of België rijdt, tankt daar meteen. Hogere accijnzen leiden niet tot minder gebruik, maar tot verplaatsing van consumptie en inkomsten.
Daardoor verschuift de consumptie naar andere landen, een trend die ook in de brede detailhandel zichtbaar is bij de sterke groei van aankopen over de grens, zoals blijkt uit de cijfers van Emerce. De staat verliest belastinginkomsten, ondernemers verliezen omzet en het beleidsdoel wordt niet gehaald.
Dat is geen incident. Het is een structureel falen van accijnsgedreven beleid in een open, mobiel land. Vergelijkbare effecten zijn zichtbaar bij tabaksaccijnzen, die deels weglekken naar het buitenland of naar alternatieve kanalen.
Het diepere probleem achter het accijnsbeleid
Onder dit alles ligt een ongemakkelijke waarheid. De overheid is de afgelopen tien jaar sterk gegroeid. Tegelijk toont zij weinig bereidheid om die groei te beperken.
Bezuinigen op zichzelf is politiek riskant. Belastingen verhogen is eenvoudiger. Zeker als het kan worden verpakt als gedragssturing of morele noodzaak.
Zo wordt de burger geen partner meer, maar sluitpost. De burger wordt niet aangesproken als volwassene. Hij wordt gecorrigeerd als kind.
Slot: keuzes over verbieden, belasten en vrijheid
Wie gedrag werkelijk onacceptabel vindt, moet dat eerlijk verbieden en het debat voeren. Wie gedrag accepteert, moet stoppen met het bestraffen ervan via belastingen. Alles daartussenin bestaat uit accijnzen, tijdelijke kortingen en morele framing.
Dat is geen doordacht beleid, maar bestuurlijk uitstelgedrag. Vrijheid met strafpunten is geen vrijheid. Het is controle met een vriendelijk gezicht.








