In vogelvlucht
- Een snoepwinkel bleef open als voedingszaak, terwijl vergelijkbare winkels met dezelfde functie noodgedwongen dicht moesten.
- Volgens het verhoor draaide coronabeleid al snel om SBI-codes, uitzonderingen en lobby, niet om praktische noodzaak.
- De overheid koos zo voor papieren categorieën boven gelijke behandeling, met directe gevolgen voor omzet en inkomen.
Open op papier, dicht in de straat
Uit het verhoor van Jack Mikkers blijkt dat het overleg over coronamaatregelen al snel vastliep in techniek. Mikkers, toen burgemeester van Den Bosch, voorzitter van de veiligheidsregio Brabant-Noord en lid van het Veiligheidsberaad, vertelde aan de Parlementaire enquêtecommissie Corona dat het gesprek niet meer draaide om het doel van de maatregel, maar om de afbakening ervan.
Hij noemde de SBI-code van de Kamer van Koophandel als voorbeeld. Winkels met de code ‘voeding’ bleven open. Daardoor mocht Jamin open, terwijl andere zaken die volgens Mikkers ook cruciaal konden zijn, dichtgingen.
Mikkers zei tegen de commissie: “Dat betekent dat Jamin – dit is geen reclame – open mocht omdat dat een voedingsmiddelenbedrijf was, terwijl andere zaken, die misschien ook cruciaal waren voor de samenleving, dicht moesten. Daar hadden we het dan over, terwijl de vraag ook had kunnen zijn: hoe zorgen we ervoor dat voeding of eerste levensbehoeften op een bereisbare afstand beschikbaar zijn? Dan heb je het over een heel andere benadering van een maatregel. We hadden het altijd heel snel over de techniek van een maatregel.”
De kern van zijn verklaring
De kern van zijn verklaring: de vraag had volgens hem anders gekund. Niet welke code op een inschrijving stond, maar hoe mensen in de buurt aan eten en eerste levensbehoeften kwamen. Dat klinkt eenvoudiger dan een wirwar van uitzonderingen, en precies daar liep het dus anders.
Lobby aan elke tafel
Mikkers verklaarde ook dat vanuit bijna elke sector druk kwam voor uitzonderingen. Ondernemersverenigingen, recreatieparken, de evenementenbranche en het onderwijs trokken aan de bel. Uit zijn verhoor blijkt dat de discussie daardoor steeds minder ging over minder contacten en steeds meer over uitzonderingsposities.
Dat is relevant, ook financieel. Zodra regels per sector uiteen gaan lopen, schuift de aandacht al snel van volksgezondheid naar schadebeperking, omzetverlies en de vraag wie open blijft. In zo’n decor ligt druk op steun, compensatie en aparte regelingen snel op tafel, ook al sprak Mikkers in zijn verhoor vooral over de besluitvorming zelf.
Mikkers vertelde aan de commissie: “Van allerlei lobbyorganisaties: de ondernemersverenigingen, de ondernemersclubs, de recreatieparkbedrijven, de evenementenbranche, het onderwijs en noem maar op. Je kunt geen sector noemen die niet gelobbyd heeft. Daarbij ging het niet meer over de bedoeling van de maatregelen en het feit dat we de contacten wilden verminderen, maar veel meer over: ja, dat moet gelden voor al die andere, maar niet voor onze sector.”
De bedoeling raakte uit beeld
Volgens Mikkers hadden kabinet en Veiligheidsberaad zich beter kunnen richten op het verhaal achter de maatregel. Zijn terugblik bij de enquêtecommissie: leg uit wat je wilt bereiken, in plaats van verdwalen in codes, definities en uitzonderingen. Dat is minder bureaucratisch en voor de samenleving een stuk beter te volgen.
Zijn verklaring laat vooral een bekend patroon zien uit de coronaperiode. Eerst komt een grote maatregel, daarna volgt een stoet sectoren met eigen bezwaren, en voor je het weet draait het gesprek over lijstjes en loketten. De bedoeling stond er nog wel, maar volgens Mikkers verdween die al snel naar de achtergrond.

