In vogelvlucht

  • Europa moet volgens Bruno Bruins beschermingsmiddelen inslaan, ook als een deel later ongebruikt over datum raakt.
  • Die bewuste verspilling komt uiteindelijk voor rekening van de lidstaten, dus ook van Nederland.
  • Opvallende keuze: een Europese voorraad mag vergaan, terwijl de kosten gewoon publiek geld blijven.

Een Europese voorraad die mag vergaan

Bruno Bruins vertelde aan de Parlementaire enquêtecommissie Corona dat Europa volgens hem een basisvoorraad beschermingsmiddelen paraat zou moeten hebben. Bruins benadrukte dat er een daadwerkelijke fysieke voorraad moet worden geproduceerd en klaargelegd.

Daar zat meteen een prijskaartje aan vast, zo verklaarde hij. Als die middelen over datum raken, dan blijft de rekening liggen bij Europa en dus ook bij Nederland.

Bruins zei daarover: “Misschien is er wel een soort basisvoorraad mogelijk van algemeen gebruikelijke beschermingsmiddelen bij pandemieën. We moeten kijken of we ergens tot een soort basisvoorraad kunnen komen. Die moeten we dan ook produceren en gereedleggen. Vervolgens moeten we accepteren dat als ze niet meer bruikbaar zijn, het een kostenpost is voor Europa en dus ook voor ons.”

Van nationale paniek naar Europese voorraad

Uit het verhoor blijkt dat Bruins die les trok uit de coronaperiode, toen beschermingsmiddelen hard nodig waren in de zorg. Hij keek daar later met een Europese bril naar en bepleitte meer gezamenlijke voorbereiding op pandemieën.

Volgens Bruins hoorde daar ook een andere blik op voorraden bij. Niet wachten tot de nood hoog is, maar vooraf inkopen, opslaan en dus ook incasseren dat een deel ongebruikt eindigt.

Dat levert geen applaus op bij de jaarafsluiting, maar Bruins presenteerde het aan de commissie wel als een logische prijs van paraatheid.

Brussel overlegde, maar sprak weinig af

Bruins vertelde aan de commissie dat hij als minister contact had met Europese collega’s. Er waren bijeenkomsten in Brussel, soms digitaal en soms fysiek, met andere Europese bewindspersonen over de problemen rond beschermingsmiddelen.

Uit die contacten kwamen volgens hem geen vaste afspraken voort. Wel klonk de oproep dat landen de beschermingsmiddelen niet alleen voor zichzelf moesten vasthouden, omdat Nederlandse zorgmedewerkers die spullen op dat moment hard nodig hadden.

Niet hamsteren achter de grens

Bruins verklaarde dat in die fase vooral het zorgpersoneel in Nederland om beschermingsmiddelen vroeg. Juist daarom lag in het Europese overleg de nadruk op het openhouden van leveringen over landsgrenzen heen, in plaats van nationaal oppotten.

Hij vatte die oproep in zijn verhoor zo samen: “Nou, daar is meer de oproep gedaan dat, zoals ik u eerder zei, niet elk land de beschermingsmiddelen voor zichzelf moet houden. In dat stadium hadden we eigenlijk overal in Nederland met name voor het zorgpersoneel en de zorgmedewerkers die zorgmiddelen hard nodig. Het kan niet zo zijn dat die alleen maar worden geleverd aan partijen binnen de landsgrenzen.”

Daarmee schetste Bruins aan de commissie een periode waarin de nood hoog was, maar de Europese coördinatie nog opvallend losjes bleef.

Bronnen

Verhoren week 1

Is dit een nuttige geldbesteding?