In vogelvlucht
- VWS verdeelde beschermingsmiddelen terwijl het ministerie geen zicht had op de nationale voorraad.
- Een centraal voorraadsysteem ontbrak, juist toen de overheid de regie over schaarse middelen nam.
- Aanbiedingen voor beschermingsmiddelen kwamen binnen via een mailbox, terwijl het overzicht nog moest worden opgebouwd.
Geen kast, geen overzicht
Bij de start van de coronacrisis had VWS geen zicht op de voorraad beschermingsmiddelen in Nederland. Uit het verhoor van Bruno Bruins bij de Parlementaire enquêtecommissie Corona blijkt dat het ministerie ook geen centraal systeem had om dat bij te houden. Juist op het moment dat ziekenhuizen en zorginstellingen bescherming nodig konden hebben, begon eerst de zoektocht.
Bruins vertelde aan de commissie dat VWS niet eens goed wist wat er precies lag. Ook het verschil tussen de acute zorg en de langdurige zorg bleef buiten beeld. Bruins zei daarover: “We hadden niet een soort centraal systeem of een grote kast, waardoor je precies wist welke beschermingsmiddelen er waren. Je weet dat niet eens “niet precies”. Je weet het niet.”
Zoeken vóór verdelen
Volgens Bruins probeerde VWS tegelijk de behoefte en het aanbod in kaart te brengen. Leveranciers kwamen naar het departement en vertegenwoordigers van de regionale overleggen acute zorg, de ROAZ’en, brachten per regio in beeld wat nodig was. Die gesprekken draaiden dus eerst om overzicht, niet om een nette verdeelsleutel.
Prioriteren speelde in die fase nog geen rol, verklaarde Bruins. De aandacht lag op het vinden van beschermingsmiddelen en het voorkomen van hamsteren. Dat zegt veel over de situatie: eerst kijken wat er eigenlijk is, daarna pas nadenken over wie wat krijgt.
Alles via de mailbox
Aanbiedingen van leveranciers kwamen via een mailbox binnen bij VWS. Bruins vertelde dat al die aanbiedingen naar de afdeling GMT gingen, de directie geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, zodat daar overzicht ontstond en men kon beoordelen wat zo’n aanbod waard was. Geen dashboard, geen voorraadsysteem, wel een mailbox.
Ook dat hoorde bij de eerste crisisfase, volgens zijn verklaring. De gesprekken met leveranciers hadden nog een tweede doel, zei Bruins tegen de commissie. VWS wilde verkennen of leveranciers konden helpen bij een goede verdeling.
Pas als duidelijker was wat er op de plank lag en wat de kwaliteit was, kon zo’n verdeling ergens op steunen.
Niet lukraak inkopen
Op de vraag of hij met de kennis van nu anders zou handelen, bleef Bruins bij die eerste aanpak. Volgens hem had lukraak inkopen geen zin, omdat eerst duidelijk moest zijn welke mondkapjes, pakken en beademingsapparatuur nodig waren en of die aan de kwaliteit voldeden. Bruins verklaarde: “Aan het begin van de coronacrisis wisten we niet hoeveel beschermingsmiddelen er in Nederland waren. De vervolgvraag is dan: welke beschermingsmiddelen heb je nodig en zijn die van de goede kwaliteit? Dat was dus allemaal een zoektocht.”
Uit het verhoor blijkt zo een wrang begin van de crisisaanpak bij VWS. Niet eerst sturen op voorraad en verdeling, maar eerst vaststellen wat er eigenlijk in omloop was. Voor een ministerie dat midden in een zorgcrisis de regie moest pakken, bleef het beeld in die eerste fase opvallend leeg.

