In vogelvlucht

  • Economische schade telde mee, omdat die in cijfers paste en dus gecompenseerd kon worden met publiek geld.
  • Sociale schade, zoals eenzaamheid en jongerenproblemen, bleef buiten beeld omdat de overheid er geen nette rekensom van had.
  • Wat meetbaar was, kreeg compensatie; wat mensen raakte maar lastig te begroten viel, woog merkbaar minder mee.

Meetbaar geld, onmeetbare schade

De economische schade van corona liet zich volgens Pieter-Jaap Aalbersberg wel in cijfers vangen. Aan de Parlementaire enquêtecommissie Corona vertelde de oud-NCTV’er dat die schade ook werd gecompenseerd. Juist daardoor kreeg dat deel van de afweging een stevige plek aan tafel.

De maatschappelijke schade lag volgens Aalbersberg heel anders. Eenzaamheid, ontwrichting en effecten op jongeren bleven lastig te kwantificeren. Aalbersberg zei daarover tegen de commissie: “De economische effecten waren wel meetbaar; die werden ook gecompenseerd. Maar vooral: wat doet dit met de eenzaamheid? Ik gaf al even aan dat het voor een van mijn eigen zoons heftig was om twee jaar te werken; dat heeft echt wat met hem gedaan.”

Uit het verhoor blijkt dat die scheve verhouding zwaar woog in de besluitvorming. Harde economische cijfers stonden tegenover aannames over sociale en mentale schade. Dan wint de kolom met getallen meestal, een bekend trucje van spreadsheets en crisisoverleggen.

Als de minnen geen cijfers hebben

Aalbersberg verklaarde dat planbureaus de maatschappelijke effecten wel op lange termijn konden aanwijzen. Maar voor de periode ertussen ontbrak volgens hem een concrete, objectieve maat. Daardoor bleef het moeilijk om die schade naast de OMT-adviezen te leggen.

In het Catshuis probeerde men volgens Aalbersberg het beeld te verbreden. Externe deskundigen, planbureaus en denktanks schoven aan. Toch bleef het volgens zijn herinnering lastig om maatschappelijke gevolgen op zo’n niveau te krijgen dat ze echt mee konden wegen.

Aalbersberg vatte dat in zijn verhoor scherp samen: “Als dan de plussen harde getallen zijn en de minnen veronderstellingen, dan is het logisch dat dat moeilijk aandacht gaat krijgen. We moeten die maatschappelijke effecten, denk ik, dus meer voorzien van onderbouwing, van meetbare … Dat kan deze jaren.” Zijn les aan de commissie: onderzoek na een crisis wat de effecten echt waren, zodat een volgende afweging minder op nattevingerwerk leunt.

De schaarste lag al klaar

Een andere les uit het verhoor draait om schaarste. Aalbersberg vertelde aan de commissie dat elke crisis keuzes afdwingt over wat voorrang krijgt. Juist daarom horen verdringingsreeksen volgens hem al in rustige tijden op papier te staan.

Tijdens een crisis lukt dat volgens Aalbersberg nauwelijks meer. Dan stapelen de belangen zich op en vecht ieder dossier voor zijn plek. De volgorde van zorg, capaciteit en aandacht verzint men dan dus terwijl het huis al in brand staat.

Hij zei daarover tegen de commissie: “In elke crisis heb je schaarste en heb je verdringingsreeksen. Dat is een moeilijk woord om te zeggen ‘als je minder hebt, moet je zeggen wat eerst mag en wat niet eerst mag’. In mijn crisiservaring moet je die verdringingsreeks in vredestijd maken. In crisistijd zijn er zo veel belangen … Dan krijg je daar heel veel gedoe over.”

Europa en communicatie liepen achter

Aalbersberg noemde in zijn verhoor nog twee zwakke plekken. De Europese politieke crisiscoördinatie had tijdens corona volgens hem te weinig vorm. Landen opereerden niet echt los van elkaar, maar een stevig politiek dak ontbrak, met problemen in grensregio’s als gevolg.

Ook communicatie kreeg een tik op de vingers. Aalbersberg verklaarde dat in de online wereld doelgroepen sneller uit beeld raken en desinformatie een fundamenteel probleem vormt. Zijn terugblik aan de commissie was helder: evalueer beter hoe je in een crisis iedereen bereikt, want ook daar geldt dat improvisatie achteraf zelden goedkoper uitpakt.

Bronnen

Is dit een nuttige geldbesteding?